Nieuwsbericht

LOSR: zadel debiteur niet op met 21% extra kosten bij handel in schulden

30 april 2021 | 3 minuten lezen

Hoog oplopende kosten bij het opkopen van schulden
Het opkopen van schulden is in trek bij vooral grote incassobureaus. Zij nemen hele portefeuilles telefoonvorderingen over. Fijn voor de oorspronkelijke schuldeiser: die kan de boeken sluiten. De debiteur kan echter rekenen op 21% extra kosten en dat is onredelijk. In feite kiest de schuldeiser door het verkopen van schulden voor een heel dure vorm van invordering. Volgens de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) moeten deze extra kosten daarom gewoon voor rekening van de schuldeiser blijven. De LOSR heeft daarover een brief gestuurd aan de leden van de vaste Kamercommissies SZW en JenV.

Wanneer een rekening niet op tijd betaald wordt heeft de schuldeiser drie mogelijkheden om de vordering te innen:

  • een eigen incassoafdeling int de vordering
  • de schuldeiser geeft een incassobureau of deurwaarder de opdracht om de vordering namens hem te innen
  • de schuldeiser verkoopt de vordering en laat het invorderen verder over aan deze partij

Kosten van invordering
Bij al deze drie mogelijkheden mogen incassokosten berekend worden. De hoogte daarvan hangt af van de hoogte van de vordering. Bij een hoofdsom tot € 2.500 zijn de incassokosten 15% van de hoofdsom, met een minimum van € 40. De hoogte van incassokosten kun je berekenen met de incassocalculator.
Wanneer de vordering na de verschillende aanmaningen nog niet betaald is kan de debiteur worden gedagvaard. Naast de kosten van de procedure bij de rechter komen er dan extra kosten bij voor elke zogenaamde ambtshandeling die de deurwaarder verricht. Dat betreft het overhandigen van een dagvaarding en vonnis, en het leggen van beslag.

Btw-opslag
Die hogere kosten bij de verkoop van schulden ontstaan door de zogenaamde btw-opslag. Schuldeisers zijn btw verschuldigd over de kosten die incassobureaus en deurwaarders in rekening brengen. Wanneer de schuldeiser btw-plichtig is kan de btw verrekend worden met de af te dragen btw. Wanneer de schuldeiser niet btw-plichtig is, zoals verhuurders, verzekeraars, banken, medische beroepen en de overheid, worden de incassokosten en de kosten voor ambtshandelingen met een btw-opslag verhoogd.

Extra kosten bij de verkoop van een vordering
Bij de verkoop van vorderingen wordt de debiteur vervolgens ook met een ‘btw-opslag’ opgezadeld wanneer de oorspronkelijke schuldeiser btw-plichtig is. Het Hof van Justitie heeft namelijk bepaald dat de aankoop van een vordering niet als ‘btw-activiteit’ wordt aangemerkt.[1] Wanneer een telefoonmaatschappij een vordering verkoopt verschuift de vordering van een onderneming die btw-plichtig is naar een onderneming die over deze werkzaamheden niet btw-plichtig is. Dat heeft bizarre consequenties.

Voorbeeld:
Wanneer de telefoonmaatschappij de vordering uit handen geeft aan een deurwaarder, mag er geen btw-opslag over de incassokosten en andere deurwaarderskosten worden berekend. Immers: de telefoonmaatschappij kan de kosten verrekenen. Wanneer een incassobureau de vordering heeft gekocht en als nieuwe schuldeiser de vordering uit handen geeft aan een deurwaarder, dan mag wel een btw-opslag worden berekend omdat het incassobureau de btw niet kan verrekenen.

De volgende specificatie betreft een vordering vanwege een telefoonabonnement van € 156,35. Na vonnis en beslag is de vordering vanwege de kosten opgelopen tot € 993,36. Wanneer deze vordering zou zijn verkocht, dan zouden de kosten € 131,74 hoger zijn.

Voorstel LOSR
De LOSR vindt het onredelijk dat de debiteur bij verkoop van de vordering 21% extra kosten moet betalen. Wanneer de schuldeiser kiest voor deze dure vorm van invordering moeten de extra kosten voor rekening van de schuldeiser blijven. Dit is eenvoudig te realiseren door de regels aan te passen.
Oftewel: Pas art. 2 lid 3 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en art. 10 Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders zodanig aan dat de btw-opslag alleen van toepassing is wanneer de oorspronkelijke schuldeiser (dus vóór verkoop) niet btw-plichtig is.

In de bjlage vind je de PDF van dit artikel, inclusief verduidelijkende illustraties. 

Meer informatie
- Brief LOSR aan de vaste commissie voor J&V en SZW: zie bijlage
- Achtergrondinfo incassokosten
- Achtergrondinfo kosten deurwaarder
 

 

Lid wordenContact