Blog

Het gevecht om te spelen en om afscheid te nemen

5 februari 2024 | 3 minuten lezen

Afscheidsblog Ernst Radius: ruim 22 jaar bij Sociaal Werk Nederland

Kasten opruimen als je met pensioen gaat is leuk. Oude herinneringen komen naar boven als: ‘oh ja dat hebben we toen ook nog gedaan’. En tegelijk word je ook wel een beetje somber als je het voorwoord leest van een boek over jeugd en jongeren uit 1997. Dan blijkt opeens dat er eigenlijk bar weinig is verbeterd in al die jaren als het gaat om jeugd en overlast.

Op het congres Child in the City in november 2023, met als thema ‘building your future’ schrok ik van mondiale cijfers die aantonen dat er minder kinderen op de wereld komen en ouderen meer ruimte gaan claimen. De ruimtelijke omgeving verstedelijkt steeds meer. En die openbare ruimte wordt steeds meer geclaimd door het verkeer, windmolens, zonnepanelen, woningbouw, landbouw en natuurbeheer als compensatie voor het verlies van natuur.

Met als gevolg: voor kinderen en jongeren een verlies aan speelruimte, aan plekken om bij elkaar te zijn en iets te ontdekken. Jantje Beton gaf al aan dat er straks bijna geen speeltuinen meer zijn voor kinderen door gebrek aan vrijwilligers in Nederland. Ik hoorde van een goede vriend dat het Utrechts Landschap de scouting in het Zeister bos verbiedt om nog vrij te spelen in het bos. Zij mogen alleen nog in een zandbak met zo’n 200 kinderen spelen in het weekend. Er vindt dus een gevecht plaats om gebruik van de ruimte en het lijkt erop dat de jeugd het onderspit delft. En dat gebeurt ook nog eens in een sfeer van polarisatie. Dat is echt een teken des tijds.

‘Als jij niet vóór mij bent, dan ben jij tegen mij’
Het Utrechts Landschap wilde pas spreken met de scouting toen de ouders van de scouts massaal hun lidmaatschap opzegden van het landschap. Ik sprak eens een jongerenwerker in de tijd van de uitreizigers en de IS. Hij sprak veel met jongeren die ook sympathie hadden voor de IS. Zijn antwoord was simpel: “Ik begrijp jouw gevoelens, maar kan geen begrip opbrengen voor het geweld dat je goedkeurt” Alleen door dat al gezegd te hebben opende hij het gesprek met die jongeren. En dat is zo mooi als je een dagje meeloopt met een sociaal werker. ‘Gewoon’ luisteren naar mensen, samenvatten wat je hoort en doorvragen (hé, dat lijkt wel een methodiek?!).

Gelukkig zag ik op het congres in Brussel ook goede voorbeelden van hoe bijvoorbeeld in Vlaanderen volwassenen in gesprek gaan met kinderen en jongeren om te komen tot speelplekken en ontmoetingsplekken die zij omarmen. En als je luistert naar bijvoorbeeld meiden die een plek zoeken om elkaar te ontmoeten, ontdek je verrassende uitkomsten. Een voetbalkooi moet volgens de meiden altijd meerdere uitgangen hebben zodat je niet opgesloten kunt worden door lastige jongens. En zo zijn er meer mooie voorbeelden van hoe je daadwerkelijk kinderen en jongeren de ruimte geeft om zich te ontwikkelen tot gelukkige en actieve burgers. Lees hiervoor mijn artikel over het congres in Brussel.

Terugkijkend op ruim 20 jaar werken bij Sociaal Werk Nederland, zie ik dat sociaal werkers steeds professioneler zijn geworden. Ik zie dat de organisaties zich steeds beter weten te profileren en onderscheiden op lokaal niveau. Tegelijk verandert de wereld op micro, meso en macro niveau zo snel, dat je telkens alert moet blijven en niet moet schrikken als in de media weer eens jongeren als relschoppers worden betiteld. Dat is van alle tijden en het is vooral zaak om anderen te overtuigen dat je bij jongeren niet alleen in ‘oorlogstijd’ moet investeren, maar juist in ‘vredestijd’. Want het sociaal werk is en blijft een zaak van verbinden voor de lange duur. Ik wens alle mensen in het sociaal werk veel passie en plezier toe en wellicht komen we elkaar nog eens tegen.