Blog

IJsland: Geisers, vulkanen en jeugd die opbloeit

13 november 2023 | 3 minuten lezen

Het IJslandse preventiemodel (IPM) is een zeer effectieve preventieve aanpak gericht op het creëren van een positieve leefomgeving voor jongeren. Gebaseerd op het IPM hebben we in Nederland Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Hoe werkt dat eigenlijk in de praktijk in IJsland en waarom is het zo succesvol in veel andere landen? Daarvoor bezocht ik IJsland.

Eindeloze vlaktes met gestolde lava, ontelbaar veel watervallen en overal schapen. Maar op IJsland wonen ook mensen. Zo'n 380.000 mensen op een land dat net zo groot is als de Benelux. Maar voor lava, schapen en watervallen ging ik niet naar IJsland (hoewel het zeker de moeite waard is). Ik was op zoek naar het Icelandic Prevention Model.

Een systeem dat zo'n 20 jaar geleden is bedacht en sindsdien in heel IJsland en daarbuiten wordt uitgevoerd. Waarom? De toenmalige jeugd was te dik, dronk en rookte te veel en de schoolprestaties waren slecht. Met grondig onderzoek en monitoring is toen het IPM opgezet en tot op de dag van vandaag wordt het in alle 64 gemeenten van IJsland uitgevoerd. Zo'n 85% van de jeugd maakt er gebruik van.

In een notendop komt het erop neer dat ouders veel meer betrokken worden bij de opvoeding van hun eigen kind(eren) en krijgen alle kinderen tussen de 6 en 18 jaar volop de gelegenheid om praktisch gratis veel te doen aan sport, ontmoeting, cultuur en welzijn na en buiten school. Er wordt niet gekeken naar de achtergrond van ouders en kinderen. Het geld komt van de overheid en ouders betalen zo'n 200 euro per jaar voor alle activiteiten van hun kind.

Bijvoorbeeld Þórshöfn, een klein dorpje aan de noordkust van IJsland met zo'n 400 inwoners. Ouders huren zelf een jongerenwerker in die het hele schoolseizoen actief is met de kinderen en jongeren uit het dorp. Overdag sporten en zwemmen in het overdekte zwembad en 's avonds chillen in het dorpshuis. Jorn, een jongen van 16 jaar uit Reykjavik, weet niets van dat IPM, maar is blij dat hij de hele week kan sporten met vrienden in plaats van wat rondhangen rond de supermarkt.

Nicolas Barreiro en Thorfinnur Skulason van Planet Youth zijn trots op hun IPM, dat inmiddels over de hele wereld zijn ingang heeft gevonden. Volgens Thorfinnur en Nicolas is het belangrijkste van IPM dat vooral de omgeving van de jongeren wordt aangepakt en niet het individu. Zij zien het welzijn daadwerkelijk verbeterd onder de jeugd: "We zien een positief effect door deelname aan groepsactiviteiten en veel aandacht voor een gezondere levensstijl." De jaarlijkse monitoring op school zien Thorfinnur en Nicolas als een belangrijk instrument om iedereen enthousiast te houden voor het model. "We gebruiken de monitor niet publiekelijk om de scholen en de lokale jeugd met elkaar te vergelijken, maar vooral om te zien welke risico's er dreigen te ontstaan en wat nodig is om de jeugd daarvan te behoeden, bijvoorbeeld door meer avondaanbod te doen voor de oudere jeugd in het dorp.

Karen Rut Konradsdottir is een energieke moeder en ondernemer in Þórshöfn. Zij heeft drie dochters van 23, 20 en 11 jaar: "Toen ik jong was, was het anders. Er was veel minder te doen. Je hing als jongere wat rond op straat en zocht elkaar op op een sportveldje. Er was geen communitycentrum of iets dergelijks. Þórshöfn is maar klein, maar heeft nu wel alle faciliteiten voor de inwoners. Een playschool tot 6 jaar en een school tot 16 jaar, met zo'n 50 leerlingen. Een overdekt zwembad (warm water is gratis in IJsland), een communitycentrum, een jeugdhonk, een speeltuin met een groot luchtkussen en sportvelden. De afstand tussen de dorpen en de grote stad is flink, en zeker in de winter ben je op elkaar aangewezen."

Natuurlijk kun je dit dorp niet vergelijken met een Nederlands dorp, maar toch even een vergelijking: Het dorp Drongelen aan de Maas, ook met zo'n 400 inwoners, heeft behalve een cafetaria alleen nog een veerpont. Toch ziet Planet Youth ook in IJsland uitdagingen om het systeem levend te houden. Kinderen van migrantenouders maken minder snel gebruik van de mogelijkheden om te sporten en dergelijke. "We moeten hen op een andere manier gaan aanspreken en bereiken," aldus Thorfinnur. "Ook duiken nieuwe verslavingsmiddelen op, zoals SNUS en vapen. Allemaal met hetzelfde verslavingseffect."

Het is mooi om te zien dat er ook in Nederland gemeenten zijn die het IJslandse model toepassen. Maar belangrijker dan het model is dat je de jeugd gelegenheid geeft om leuke en goede dingen te doen en dat je daarvoor een breed en structureel aanbod doet. En dat noemen we gewoon een brede pedagogische basis. Op het Europese congres Child in the City in Brussel mag ik in november spreken over die brede pedagogische basis in Europees perspectief. Lees hier meer over het congres. Onlangs hebben wij op de landelijke dag van het kinder- en jongerenwerk nogmaals gepleit om alle kinderen en jongeren mee te laten doen. En zet daar goede vrijwilligers en professionals voor in. Benieuwd hiernaar, bekijk hier het manifest.