Nieuwsbericht

Inburgering naar gemeenten? Dan ook meer geld naar de begeleiding van vluchtelingen

13 april 2021 | 6 minuten lezen

Dubbelinterview met Tineke Parson (betuurder VluchtelingenWerk Nederland) en Eric Wichgers (bestuurder St. Figulus Welzijn Aalten-Dinxperlo).

‘Wie de nieuwe mindmap ziet, snapt onmiddellijk dat het voor de gemiddelde statushouder ondoenlijk is om in twaalf maanden te integreren. Het gros is er echt járen mee bezig. Dus die mindmap zou je het liefst levensgroot in de hal van het ministerie willen ophangen.’

Aan het woord is Eric Wichgers, Bestuurder Stichting Figulus Welzijn Aalten-Dinxperlo en lid van de commissie Vluchtelingen & Integratie van Sociaal Werk Nederland. Het gaat over de Mindmap Vluchtelingen die de Commissie Vluchtelingen en Integratie van Sociaal Werk Nederland onlangs heeft uitgebracht. Wichgers: ‘Die mindmap laat haarfijn zien hoe complex hun wereld is, hoe vól hun hoofden raken. Als een verhuizing voor de gemiddelde Nederlander al een behoorlijke “life event” is, wat betekent het dan wel niet voor een nieuwkomer met vaak een traumatische voorgeschiedenis? Veel mensen hebben geen idee wat vluchtelingen allemaal doormaken en moeten regelen.’

En corona maakt het er alleen maar moeilijker op, stelt Tineke Parson, die als bestuurder van VluchtelingenWerk Nederland eveneens in de ledencommissie zit. ‘Ook vluchtelingen zitten nu immers veel thuis. En doordat er minder activiteiten zijn, hebben ze ook minder contacten met vrijwilligers en andere plaatsgenoten; en dus ook minder gelegenheid om te participeren en hun Nederlands te oefenen. Daar komt nog bij dat instanties minder goed bereikbaar zijn en het hen nóg meer tijd kost om je zaakjes te regelen. Gezinshereniging duurt veel langer. En in sommige huishoudens zijn er ook onvoldoende laptops voor alle gezinsleden die bijvoorbeeld online lessen moeten volgen. Dat zorgt allemaal voor extra stress.’

Minder budget, maar hogere eisen
Beiden maken zich bovendien zorgen over de nieuwe Wet inburgering die op 1 januari 2022 dan toch werkelijk moet ingaan. Op dit moment zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk voor hun inburgering en daarvoor krijgen ze een lening van DUO. Straks krijgen gemeenten echter de regie. Maar zoals wel vaker bij een dergelijke verschuiving van verantwoordelijkheden komt er te weinig geld mee voor het daadwerkelijk uitvoeren van de wet, waarschuwen ze. Tineke Parson: ‘Terwijl er in de nieuwe wet juist hógere eisen worden gesteld aan vluchtelingen, bijvoorbeeld qua taalniveau, financiële kennis en mate van integratie. De VNG heeft daarover al aan de bel getrokken in Den Haag, maar helaas nul op het rest gekregen.’
Eric Wichgers: ‘Het ministerie verwacht van ons dat we er straks veel meer bovenop zitten, dat er meer maatwerk komt en dat de begeleiding langer duurt. Dat is prima, maar daar wordt het natuurlijk niet goedkoper van.’

En bovendien: wat doe je met de huidige statushouders? Tineke Parson: ‘De nieuwe wet komt er niet voor niets. De overheid erkent ook dat het huidige aanbod ontoereikend is. Daardoor hebben we nu te maken met een grote groep vluchtelingen die wél hun inburgeringsdiploma hebben gehaald, maar absoluut niet voldoende niveau hebben om werkelijk mee te doen in de samenleving, laat staan om betaald werk te vinden.’

Mindmap en klantreis
De overheveling van taken betekent ook dat alle gemeenten nog eens terdege moeten kijken naar wat er allemaal nodig is voor goede inburgering en integratie. Eric Wichgers: ‘Mede daarom hebben we als commissie geïnventariseerd wat een statushouder allemaal te wachten staat. Wat moet hij allemaal regelen? Wie kan hem wanneer het best ondersteunen?’

Dat heeft een mindmap en een “klantreis” opgeleverd. ‘De mindmap geeft vooral een beeld van de veelheid aan regelzaken. De klantreis neemt de statushouder bij de hand en laat hem – en zijn ondersteuners - zien hoe je stapsgewijs alle hobbels kunt nemen. Mijn boodschap voor sociaalwerkorganisaties is: neem de klantreis en de mindmap mee naar je wethouder. Dat werkt enorm verhelderend.’

Tineke Parson: ‘De mindmap en de klantreis geven inderdaad heel goed weer hoe ingewikkeld integreren is; en dat er om die integratie te laten slagen dus echt een vorm van regie nodig is én een partij die daarvoor de expertise heeft.’
En dat is trouwens niet alleen handig in contacten met externen. ‘Het helpt ook onze vrijwilligers. Sommige van hen zijn immers ook heel veel tijd kwijt aan het bellen met instanties. Voor hen is het een steuntje in de rug: het ligt echt niet aan jóú als je door de bomen het bos niet meer ziet.’

Taakverdeling
Het opstellen van de mindmap en de klantreis was een hoofdtaak van de commissie, die al een tijdje bestaat maar vorig jaar nieuw leven is ingeblazen. Naast ervaringsdeskundigen zijn toen het COA en VluchtelingenWerkNL toegetreden, beide lid van Sociaal Werk Nederland. Eric Wichgers: ‘Dat is grote winst. Voorheen moesten we regionaal de onderlinge samenwerking zien vorm te geven, nu kan dat ook op landelijk niveau.’

In het recente verleden was de regionale taakverdeling namelijk niet altijd even duidelijk. ‘In iedere gemeente is het anders geregeld. Welzijn heeft lokale netwerken die statushouders helpen om te integreren in gemeenschappen: buurthuizen, vrijwilligerswerk, activiteiten, ontmoeting, sport, noem maar op. En VluchtelingenWerk heeft van oudsher juist veel expertise rond gezinshereniging en juridische kwesties. Maar beide partijen begaven zich soms op elkaars terrein. En het COA doet binnen de azc’s ook van alles. Maar wat precies?’

Tineke Parson ziet dat iets anders: ‘Onze corebusiness is naast juridisch begeleiding en gezinshereniging de maatschappelijke begeleiding. En we hebben bijvoorbeeld ook het project Eurowijzer, waarmee we proberen te voorkomen dat vluchtelingen in de schulden raken. Wat we doen verschilt per gemeente. Toch is er een hardnekkig beeld dat VluchtelingenWerk zich beperkt tot het juridische gedeelte. Maar nogmaals: we werken veel breder, we zijn ook niet voor niets lid van Sociaal Werk Nederland.’

Krappe budgetten
VluchtelingenWerk is dan ook volop bezig met de “Slag om de Contracten”. Tineke Parson: ‘Diverse gemeenten bereiden een aanbesteding voor. In hun eentje of samen met andere gemeenten. Per aanbesteding bekijken we of het iets voor ons is: of we de gevraagde diensten kunnen leveren, en of we dat kunnen doen voor het geboden budget. Want zoals gezegd is dat budget nu vaak te krap om voldoende kwaliteit te kunnen bieden.’

Waar mogelijk werkt VluchtelingenWerk daarbij samen met andere (sociaalwerk)organisaties. ‘Maar ja: nu die aanbestedingen er zijn, is er ook concurrentie; en die zal niet zomaar verdwijnen.’

Sowieso werkt VluchtelingenWerk veel samen met het COA. ‘Wij zitten op elk azc. Daar doen we trouwens hoofdzakelijk de juridische kwesties, vandaar misschien ook de verwarring over ons profiel. COA doet in de azc’s de maatschappelijk begeleiding, al is ook dat geen wet van Meden en Perzen. Als onze medewerkers iemand krijgen met een juridische vraag maar die tegelijkertijd wanhopig is over een andersoortig probleem: die stuur je niet weg.’

Verkiezingsuitslag zorgt voor extra vrijwilligers
Goed integreren lukt niet zonder professionele begeleiding, maar ook niet zonder vrijwilligers. Zijn die er nog voldoende anno 2021?
Tineke Parson: ‘Sommige zijn afgehaakt door corona. Het zijn immers voor een deel mensen op leeftijd die bang zijn voor besmetting. Anderzijds zijn er vanwege de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen juist vrijwilligers bijgekomen, vanuit plaatsvervangende schaamte over de groei van partijen met onverzoenlijke standpunten over vluchtelingen.’

Eric Wichgers: ‘Vrijwilligers hebben we voldoende. Maar ook hier hebben we steeds vaker te maken met extreemrechtse uitingen. Daarover gaan we continu in gesprek. Steeds weer laten we zien dat 90% van de statushouders er alles aan doet om te participeren. Let wel: voor die andere 10% moet je niet blind zijn. Als zij overlast geven moet je dat benoemen en aanpakken.’

Kleine investering, enorme besparing
En dan nog iets dat Eric Wichgers van het hart moet: ‘Bij inburgeringskwesties wordt vaak eerst naar de grote steden gekeken. Dat is deels terecht, maar hier in Aalten hebben we wel degelijk last van de huidige procedureproblemen, zij het op een andere manier. Een voorbeeld? Veel van de beter opgeleide statushouders trekken na verloop van tijd naar de Randstad. Dus wij houden degenen over met weinig kansen op de arbeidsmarkt. Voor hen moet je dus andere passende activiteiten regelen.’

Zo bezien is het misschien geen toeval dat de wieg van de Cultuurverbinders juist in de Achterhoek heeft gestaan; die gelauwerde aanpak werk met intermediairs die de taal van bepaalde statushouders spreken, maar ook culturele verschillen kunnen “vertalen”. Eric Wichgers: ‘Dat werkt. Voordat we ermee begonnen vond nog geen 5% van de statushouders werk. Nu is dat meer dan 30%. In omliggende gemeenten steeg het percentage ook, maar niet zo hard als bij ons. Een relatief kleine investering verdien je terug met een enorme besparing aan bijstandsuitkeringen.’

ContactLid worden