Nieuwsbericht

Voorkomen is beter dan een parlementaire enquête

18 september 2018 | 3 minuten lezen

Voorkomen is beter dan een parlementaire enquête of: Geef alle vakmensen in de wijk de ruimte: Marijke Vos roept in de Volkskrant op Prinsjesdag 2018 bestuurders en beleidsmakers in het sociaal domein op om ruimte te geven aan de professionals.
In deze bijlage vindt u de traditionele selectie uit de begrotingsstukken van de Miljoenennota 2019.

De BN’ers bij Pauw gaven hun leven een 9. Ze hebben leuk werk, fijne vrienden, niks te klagen. Het gemiddelde voor heel Nederland is een 7,8. Geen wonder, zei Jeroen Pauw meteen, want aan de onderkant zitten honderdduizenden mensen die op een 3,5 blijven steken. Vanwege gebrek aan werk, geld, contacten en gezondheid, voegde SCP-voorman Kim Putters eraan toe.
Veel van hen kunnen bovendien niet op eigen kracht uit het moeras komen. Dat blijkt uit onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en vooral uit de dagelijkse ervaringen van sociaal werkers, schuldhulpverleners, agenten, leerkrachten, huisartsen, wijkverpleegkundigen en vrijwilligers.
Overal in Nederland werken deze professionals nauw samen om mensen te helpen hun leven weer op de rit te krijgen. En dat wordt gewaardeerd, stellen Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak in het boek “De verhuizing van de verzorgingsstaat”, waarvoor ze de ervaringen van drie jaar keukentafelgesprekken hebben geanalyseerd. Bewoners vinden het prettig dat hulpverleners om de hoek zitten. Dat ze er overmorgen terecht kunnen en niet pas over drie maanden. Maar dat kan alleen dankzij een hecht lokaal netwerk van samenwerkende professionals.
En daar gaat het mis. Die netwerken zie je op steeds meer plaatsen, maar ze hebben het niet makkelijk. Al die professionals die dagelijks in de wijk werken kampen met een te hoge werkdruk en te veel regels. En met overheden die als puntje bij paaltje komt toch meer oog hebben voor sluitende begrotingen dan voor het oplossend vermogen van die samenwerkende vakmensen. Sterker nog: we zien weer dreigende bezúinigen op de sociale basis, terwijl die juist hèt verschil kan maken in het leven van mensen.
Neem de Werkerij in Leeuwarden, waar risicojongeren leren en werken, in plaats van verder af te glijden. Ieder maakt zijn eigen toekomstplan. Uiteindelijk gaan ze aan de slag bij een werkgever in de buurt, of een opleiding doen. Maar inderdaad: ook deze succesvolle aanpak stopt als er geen structurele financiering komt. Want, zeggen gemeenten: ‘Het valt onder zowel de Participatiewet als de Wmo, de verantwoording is lastig en we hebben weinig geld.’
Waarmee ik niet wil zeggen dat het allemaal de schuld is van gemeenten. Integendeel, veel Rijks- en gemeenteambtenaren doen hun best om te roeien met de riemen die ze hebben. Maar die zijn te kort en steken niet diep genoeg.
Daarom doe ik een dringend beroep op alle bestuurders en beleidsmakers in het sociale domein die nu nog op hun eiland zitten: kom over de brug. Geef de professionals in de wijk de ruimte om elkaar op te zoeken. Vertrouw op hun expertise en ondersteun ze. Zorg dat heel Nederland ervan doordrongen raakt dat we verder moeten kijken dan onze eigen branche, ons ministerie, onze portefeuille of ons takenpakket lang is. En laten we hoe dan ook voorkómen dat we over tien jaar een parlementaire enquêtecommissie moeten instellen die gaat onderzoeken hoe het in vredesnaam mogelijk is geweest dat we de sociale basis in Nederland niet hebben gekoesterd en versterkt, maar steeds verder uitgehold.

Zie voor het traditionele overzicht van de begrotingen die relevant zijn voor het sociaal werk de bijlage.