Nieuwsbericht

Maatschappelijk- en jongerenwerkers kunnen hun werk onder de jeugdwet blijven doen

20 november 2014 | 3 minuten lezen

Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) heeft op donderdag 20 november tijdens de bespreking van de VWS-begroting in debat met de Tweede Kamer laten weten dat maatschappelijk werkers en jongerenwerkers die zich nu (nog) niet kunnen registreren in het jeugdregister, wel hun werk kunnen blijven doen tijdens de overgangstermijn.

Letterlijk antwoordde de staatssecretaris schriftelijk het volgende op een vraag van SP-Tweedekamerlid Siderius hierover: “Maatschappelijk werkers en jongerenwerkers die zich nu (nog) niet kunnen registreren kunnen, totdat er voor hen een mogelijkheid tot registratie is, hun werk blijven doen en dus ook gecontracteerd worden, mits ze natuurlijk bekwaam en deskundig zijn. Dit geldt overigens ook voor andere professionals die in het jeugddomein werken en zich nu nog niet kunnen registreren.”

Voorwaarden MOgroep & leden
Daarmee komt de staatssecretaris tegemoet aan een belangrijke voorwaarde die leden van de MOgroep in de consultatie over de ‘Leidraad voor het toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling’ stelden als noodzakelijke voorwaarde voor goedkeuring van het kwaliteitskader jeugd.

Die voorwaarde betrof duidelijkheid over het overgangsregime voor nieuwe beroepsgroepen (zoals jongerenwerkers en (school-)maatschappelijk werkers) en hun (gelijkwaardige) status met professionals die reeds zijn geregistreerd.

De MOgroep heeft de afgelopen periode een stevige lobby gevoerd via de Tweede Kamer en media om dit punt te realiseren. Staatssecretaris Van Rijn heeft tevens toegezegd bij zullen te dragen aan het vervolgtraject waarin de beroepsregistratie van nieuwe beroepsgroepen op een zorgvuldige, effectieve en betekenisvolle manier wordt georganiseerd de komende jaren. Dit was de tweede voorwaarde die leden hadden benoemd.
Zie ook berichtgeving in Gemeente.nu.

Uitwerking
De Stuurgroep Ontwikkeling kwaliteitskader jeugd, waarin de MOgroep zitting heeft, formuleert op 27 november 2014 as. de tekst over tot de overgangstermijn voor en inzetbaarheid van de nieuwe beroepsgroepen. Deze tekst, die door alle partijen inclusief VWS onderschreven moet zijn, zal breed worden gecommuniceerd aan gemeenten, werkgevers en professionals. Opdat zij allen weten waar ze aan toe zijn, en gemeenten weten dat zij de door deze aanbieders geboden jeugdhulp gewoon kunnen blijven inkopen.

De stuurgroep dient ook een plan van aanpak in bij VWS voor het vervolgtraject. Dat behelst onder meer het ontwikkelen van registratiecriteria en het inrichten van het registratieproces. Staatssecretaris Van Rijn heeft tijdens het Tweede Kamerdebat dd 20 november ook heeft aangegeven de subsidieaanvraag tegemoet te zien.

Aandachtspunten leden voor vervolgtraject Kwaliteitskader Jeugd
Staatssecretaris Van Rijn (VWS) gaf eind 2013 opdracht voor de ontwikkeling van een gezamenlijk kwaliteitskader jeugd. De opdracht was om de in de Jeugdwet genoemde ‘norm voor verantwoorde werktoedeling’ uit te werken, zodat werkgevers deze norm in de praktijk kunnen toepassen.

Sinds januari 2014 zijn alle betrokken branches hiermee aan de slag gegaan. Het resultaat is de ‘Leidraad voor het toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling.
Dat is een groeidocument dat de betrokken partijen eind 2015 gezamenlijk gaan evalueren en analyseren zodat in 2016 een herijkte versie kan worden ingevoerd.

Veel leden van de MOgroep hebben eerder inhoudelijk gereageerd op de consultatie over deze ‘Leidraad voor het toepassen van de norm van de verantwoorde werktoedeling.' Leden hebben hun akkoord gegeven aan de twee hierboven genoemde voorwaarden, en veel aandachtspunten meegegeven voor het vervolg.
De belangrijkste zorg- en aandachtspunten van leden zijn:

  • de positie van sociaal werkers ‘in de preventie’; 
  • de kosten van registratie en daaruit voortvloeiende scholingsprogramma’s en gevolgen voor de kostprijs van jeugdhulp;
  • de relatie met door gemeenten gestelde kwaliteitseisen;
  • de link met het bredere sociaal domein en de noodzaak tot een meer integrale benadering waarin voorkomen kan worden dat (langdurige) specialistische ondersteuning moet worden ingezet. Inzet is een ontkokerde, andere manier van werken. Kwaliteitskader moet dit stimuleren en niet belemmeren; 
  • waken voor onnodige bureaucratie in de praktijk;    
  • de waarde(ring) van reeds verworven competenties en praktijkkennis over ‘wat werkt’;
  • oog blijven houden voor de zelfstandig functionerende professional en mogelijke alternatieve vormen van toetsing zoals het ‘vier-ogen-principe’ en (inter)collegiale toetsing;
  • waken voor ongelijkwaardigheid van (geregistreerde en niet-geregistreerde) professionals in verschillende domeinen die met hun samenwerking juist de omslag moeten realiseren en de maatschappelijke winst moeten behalen;
  • de positie en toegevoegde waarde van MBO-ers;
  • in proces van (her)registratie ruimte blijven bieden voor bijstelling en verbreding.
    Het hele veld van jeugdhulp blijft de komende tijd onderhevig aan sterke veranderingen. Profielen, richtlijnen en codes moeten kunnen mee evolueren met deze veranderingen.

De MOgroep heeft deze punten reeds ingebracht. Ze krijgen een plek in de evaluatie dan wel in het vervolgtraject. Dit hele traject staat ook op de agenda van de Algemene Ledenvergadering van de MOgroep op woensdag 26 november.
 

Lid wordenContact