Publicatie

Beroepenstructuur

8 november 2011 | 1 minuut lezen

januari 2006

NIZW Beroepsontwikkeling (tegenwoordig oa MOVisie) ontwikkelde in 2005 in opdracht van werkgevers- en werknemersorganisaties in de branches welzijn & maatschappelijke dienstverlening, kinderopvang, jeugdzorg en gehandicaptenzorgen een nieuwe beroepenstructuur. Deze beroepenstructuur bevat een systematische beschrijving en ordening van alle beroepsgroepen in de sector. Met de beroepenstructuur maakt de sector aan het onderwijs duidelijk welke beroepsgroepen de komende jaren nodig zijn en wat mensen die in de sector werken, moeten kennen en kunnen. De beroepenstructuur is geen statisch instrument. Ontwikkelingen als Welzijn Nieuwe Stijl, de transitie van jeugdzorg naar gemeenten, de overheveling van begeleiding en dagbesteding van de AWBZ naar de Wmo en de Wet Werken naar vermogen voeden de discussie over een (nieuwe) brede social professional en zijn aanleiding deze beroepenstructuur tegen het licht te houden.

OPBOUW VAN DE HUIDIGE BEROEPENSTRUCTUUR
De beroepenstructuur bestaat uit twee beroependomeinen, het domein verpleging en verzorging én het sociaal agogisch domein. Deze domeinen overlappen elkaar deels. Dit gedeelde domein heet in de nieuwe structuur maatschappelijke zorg. Iedere werknemer in de branches Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang moet over vijf kernkwaliteiten beschikken: betrokkenheid, empathie, assertiviteit, representativiteit en integriteit. Daarbij beschikt de werknemer over een aantal generieke competenties, zoals sociaal emotionele en communicatieve vaardigheden, doel- en resultaatgericht zijn, ondernemend, verantwoordelijk en prijsbewust. Vervolgens beschikt de werknemer over domein- en vakspecifieke competenties. Het sociaal-agogisch domein bestaat uit vier hoofdstromen:
1. sociaal cultureel werk
2. maatschappelijke dienstverlening
3. pedagogisch werk
4. maatschappelijke zorg

GEBRUIKSWAARDE
De nieuwe beroepenstructuur heeft voor verschillende doelgroepen gebruikswaarde:

- onderwijs: de nieuwe beroepenstructuur brengt voor het
beroepsonderwijs in beeld wat de behoefte van het werkveld is aan
toekomstige beroepskrachten. Het vormt voor hen de basis om het
beroepsonderwijs in te richten.
- P&O'ers en managers: zij kunnen de beroepenstructuur gebruiken
om hun opleidingsvraag als klant richting het onderwijs te
formuleren. Verder kunnen de competentieprofielen uit de
beroepenstructuur gebruikt worden bij het formuleren van eigen
competentieprofielen in het kader van loopbaanplanning, bij- en
nascholing, etc. De profielen zijn niet één op één over te nemen in
de functiebeschrijving. Het biedt echter wel mogelijkheden om vanuit
meerdere profielen een functiebeschrijving samen te stellen.
- Beroepskrachten: beroepskrachten kunnen ook zelf toetsen waarin
ze vakbekwaam zijn en welke competenties zij kunnen ontwikkelen
voor hun verdere loopbaan

BEROEPSCOMPETENTIEPROFIELEN
Bij het opstellen van de competentieprofielen is ook gekeken naar de toekomst. De beroepscompetentieprofielen die zijn vastgesteld zijn opgenomen in de bijlage. Ze zijn meegenomen in de ontwikkeling van opleidingen. De meeste recente competentieprofielen zijn het uitstroomprofiel jeugdzorgwerker, de jongerenwerker en de opbouwwwerker.

15 documenten toegevoegd
Lid worden