Nieuwsbericht

‘Kwaliteitslabel maakt zichtbaar waar mensen echt mee bezig zijn’

15 december 2017 | 4 minuten lezen

Het Keurmerkinstituut hoort bij de vier certificerende instanties (CI) die Sociaal Werk Nederland aanbeveelt bij lidorganisaties die aan de slag willen met het nieuwe Kwaliteitslabel. De eerste ervaringen van het Keurmerkinstituut met de praktijk van dat label zijn positief: ‘Het is een prettig schema om mee te werken, je hebt het eigenlijk permanent over waar mensen werkelijk mee bezig zijn.’

De Amsterdamse sociaalwerkorganisatie SEZO verkreeg onlangs als derde sociaalwerkorganisatie in Nederland het certificaat Kwaliteitslabel Sociaal Werk. ‘De externe auditor heeft ons goed begeleid in deze kwaliteitsslag,’ zei SEZO-directeur Sylvia den Hollander bij die gelegenheid. Daarbij doelde ze op het Keurmerkinstituut, een van de vier CI’s waarmee Sociaal Werk Nederland een mantelcontract heeft gesloten over toetsing voor het Kwaliteitslabel.
In het kader van dat mantelcontract hield het Keurmerkinstituut een presentatie voor de commissie Kwaliteit van Sociaal Werk Nederland, aldus senior certificatiemanager Sander Stravers. ‘Daarin lieten we zien dat we de werksoort goed kennen en hoe we de professionaliteit van medewerkers toetsen.’

Sneller en soepeler
Als certificatiemanager zit Sander in het voor- en natraject van de toetsing. ‘Vooraf informeer ik organisaties over onze werkwijze; vervolgens bewaak ik de kwaliteit van het proces en ik zie erop toe dat de rapportage concreet en volledig is, voordat we een formeel advies geven aan Sociaal Werk Nederland. Zij kennen uiteindelijk het certificaat toe.’
Iet Failé deed samen met een collega-auditor namens het Keurmerkinstituut de audit bij SEZO. Ze heeft veel ervaring met HKZ-certificering. ‘Sommige HKZ-gecertifieerde organisaties hebben ook belangstelling voor het nieuwe Kwaliteitslabel van Sociaal Werk Nederland, ook al zijn ze tevreden over onze HKZ-audits. Ze wilden graag bij ons overstappen naar het nieuwe label; dat kan dus.’

Op zich wekte het nieuwe label geen verbazing. Iet Failé: ‘De behoefte eraan was duidelijk in het sociaal werk. Zeker het oude schema van de HKZ bood weinig ruimte om de eigen kleur van een organisatie weer te geven. Men vond het bovendien een zware administratieve belasting, het moest sneller en soepeler kunnen.
Sander Stravers: ’In meer sectoren zie je de behoefte aan een keurmerk dat nog meer aandacht heeft voor punten die zij als branche belangrijk vinden. Kwaliteitsmanagementsystemen met hun strakke stramien geven vaak onvoldoende ruimte voor maatwerk. Een eigen branchekeurmerk kan dat wel, is het idee. En voor organisaties die nog niet zo veel aan kwaliteitsmeting hebben gedaan, is zo’n label laagdremperliger, bijvoorbeeld vanwege de zelfevaluatie, waarmee je duidelijk krijgt hoe je aan de normen kunt gaan voldoen.’

Focus op vakkundigheid
Bovendien biedt het Kwaliteitslabel tijdens de audit meer ruimte voor maatwerk, stelt Sander Stravers: ‘Dat maakt het gemakkelijker om te focussen op gevaren of kansen die je als organisatie ziet. En je kunt bijvoorbeeld iemand in het primaire proces een dagdeel volgen, of je richten op een bepaalde locatie. Gewoonlijk heb je daar binnen een audit weinig tijd voor. Dat is een voordeel.’
Maar het belangrijkste pluspunt is de focus op het vakmanschap van de professional. Iet Failé: ‘Het Kwaliteitslabel is gebaseerd op de tien competenties van de medewerker. Alle normen hebben daarmee te maken. En in de praktijk van het sociaal werk is het juist ook de professional die steeds zelfstandiger zijn werk uitvoert. Hij of zij moet voortdurend en in hoog tempo inspelen op veranderende omstandigheden. Het is mooi als je dat kunt vertalen in een kwaliteitslabel, zodat je aan het eind van een audit kunt zeggen: deze professionals dóén dat ook. Ze pakken hun kansen, ze doen wat nodig is om burgers en hun netwerken te versterken.’
En bovendien: ‘Het label toont het effect van dat werken, maar ook van het leren en verbeteren.’

Andere dynamiek
Rest de vraag of die mooie bedoelingen van het Kwaliteitslabel er in een audit ook uitkomen. Iet Failé: ‘Ik vind het een prettig schema om mee te werken. Er is weinig waarvan je zegt: dat is lastig te onderzoeken. Daardoor heb je het eigenlijk constant over waar mensen mee bezig zijn. In alle rollen die ze binnen de organisatie hebben, echt heel inhoudelijke gesprekken. Wát ze doen, waaróm ze het doen, wat het vraagt aan ondersteuning: het komt allemaal op een natuurlijke manier ter sprake. Het is absoluut geen afvinklijstje geworden.’
Het leidt ook tot een andere dynamiek in de gesprekken. ‘Medewerkers kunnen er makkelijker andere aspecten bij betrekken, die linken aan die tien competenties. Daardoor wordt de onderlinge samenhang tussen alle normen ook veel duidelijker. Wat natuurlijk mooi aansluit bij integraal werken.’

Gemeenten vragen erom
De zelfevaluatie is wat het Keurmerkinstituut betreft een cruciale schakel in de procedure. Sander: ‘Het is de ideale voorbereiding op de audit. Het zet professionals aan tot reflectie. Dat verhoogt de betrokkenheid van medewerkers en zorgt voor meer diepgang tijdens de audit.’
Iet Failé: ‘Het leidt bij medewerkers tot extra bewustwording: “Hé, dus dat doe ik óók allemaal.” Hun dagelijks werk wordt zichtbaar in al zijn facetten.’
En dat kan ook gemeenten de nodige houvast geven. ‘Ik hoor steeds vaker dat gemeenten om keurmerken vragen. Voor hen zal gemakkelijk zijn dat sectoren hetzelfde label hanteren. Dit kan voor hen een mooie aanvulling zijn, zeker vanwege de focus op de professional en zijn werk. Want de gemeente wil natuurlijk vooral dat dat werk goed gedaan wordt. Ze vragen organisaties en professionals er steeds vaker om dat ze de kwaliteit en de opbrengst van hun werk kunnen aantonen.’

Levend document
Wat het Keurmerkinstituut betreft smaakt dit eerste certificeringstraject naar meer. Iet Failé: ‘En ik ben ook heel benieuwd hoe het label en het normenkader zich gaan ontwikkelen. Neem de groeiende rol van vrijwilligers. Dat zit nu al expliciet in enkele normen. Daar ben ik heel blij mee.’
Sander: ‘En zoiets geldt ook voor wijkteams en kinderopvang. Daar kunnen we misschien nog explicieter plaats voor inruimen; dat kan ook in de huidige opzet. Over dit soort dingen overleggen we als “mantel-CI’s" regelmatig met Sociaal Werk Nederland. Zo blijft het een levend document.’

Lid wordenContact