Themaoverzicht

Sociaal werk in de wijk

Hoofdthema's

De bedoeling van de transformatie in het sociale domein weerspiegelt zich in de sociale (wijk)teams die in veel gemeenten ontstaan. Professionals uit zorg en welzijn buigen zich samen over hulpvragen en bepalen welke aanpak het effectiefst is. Afhankelijk van het wijkprofiel gaat het om bijvoorbeeld sociaal werkers (opbouwwerkers, maatschappelijk werkers, jongerenwerkers), wijkverpleegkundigen en Wmo-consulenten. Bij zwaardere of specialistische vragen betrekken ze relevante andere professionals bij het vinden van de juiste oplossingen. In verreweg de meeste gemeenten maken sociaal werkers deel uit van de wijkteams. Geen wonder, zij kennen van oudsher de sociale kaart van de wijk en zijn meesters in het verbinden.

Nieuwsbericht

Pleidooi van Fontys Hogescholen Eindhoven voor fysiek onderwijs na de zomer

Op 30 juni 2020 geplaatst door

Sociale professionals vereisen ook ‘sociaal’ onderwijs
Goed onderwijs zit in kwantitatieve én kwalitatieve aspecten. Onze toekomstige sociale professionals zullen daar zowel kennis als ervaring voor moeten opdoen. Dit gebeurt primair in ontmoeting met elkaar, met soms onduidelijke, onmeetbare ‘kwalificatie’-uitkomsten, maar die wél bijdragen aan subjectificatie.

Zéker voor onze toekomstige professionals in de zorgsector is menselijk contact onmisbaar.  Iris Middendorp, Bram Gootjes en Arno Kierkels Fontys Hogescholen Eindhoven & Lieke Fijneman, student Sociale Studies aan de Fontys Hogescholen pleiten dan ook voor zo veel mogelijk fysiek onderwijs na de zomervakantie, om zo de sociale professionals van de toekomst volwaardig te kunnen blijven opleiden. Echt sociaal onderwijs dus boven het huidige, digitale, “sociale” onderwijs.

De afgelopen maanden is het hoger onderwijs meermaals geprezen voor het harde werk van docenten en studenten in de transitie naar het digitaal onderwijs. Die lof is zeer terecht. Maar studeren aan een beroepsopleiding of universiteit is méér dan het leren van een vak. “Je studententijd is de mooiste tijd van je leven”, wordt er vaak gezegd. Je maakt vrienden voor het leven, leert voor jezelf te zorgen. Je leert je weg vinden in een nieuwe wereld, met alle kansen en risico’s die daarbij horen. Maar na ruim drie maanden digitaal onderwijs lijkt van die romantiek weinig over.

Nu de eerste complimenten zijn neergedaald, worden de eerste vraagtekens geplaatst bij de gevolgen voor de langere termijn. Zo roept Minister Engelshoven op tot meer fysiek onderwijs in het hoger onderwijs. Zij is kritisch op instellingen die nu al aankondigen na de zomer volledig digitaal te blijven. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, gaf begin deze maand al aan dat in gesprekken met OC&W “het belang van fysiek onderwijs wordt benadrukt”.

De Erasmus Universiteit concludeerde uit een survey onder medewerkers en studenten dat “er sprake lijkt te zijn van een nóg hogere druk en stress”. En ook Kees Gillesse, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) gaf aan dat er “grote zorgen zijn over de kwaliteit van het onderwijs en dat fysiek onderwijs enorm zou helpen”. Dat zei hij als reactie op onderzoek dat aantoonde dat er 54.000 méér studenten een achterstand hebben dan in 2018. Ondanks de recente opheffing van het ‘spitsreizen-verbod’, zijn wij van mening dat de leeropbrengst van een hbo-opleiding ernstig beperkt wordt wanneer digitaal lesgeven voorlopig de norm blijft.

Eenzijdige focus op het onderwijs tijdens de coronacrisis
Studente Julia Pel is één van de studenten die zich schaart achter deze kritische berichtgeving. In het NRC somt zij op wat het hoger onderwijs vooral zou moeten bieden: “een dialoog beginnen, discussiëren, dingen ontdekken en onderzoeken. Iedereen lijkt echter zijn eigen online opleiding te volgen.” Het is een opsomming die naadloos aansluit bij wat befaamd onderwijspedagoog Gert Biesta ziet als subjectivicatie. Naast kwalificatie en socialisatie, is subjectivicatie één van de drie doelen van het (hoger) onderwijs. Bij subjectivicatie gaat het erom “jongeren in relatie te brengen met hun eigen vrijheid (…), om te ontdekken dat het hun vrijheid is, en om het verlangen in hen te wekken om zich op een volwassen wijze tot hun eigen vrijheid te verhouden” (Biesta, 2018). Of zoals Hannah Arendt het schreef in haar essay On Education: “Onderwijs is het punt waarop we beslissen of we de wereld genoeg liefhebben om er verantwoordelijkheid voor te nemen” (1954).

De huidige genomen maatregelen van het kabinet lijken zich vooral te focussen op kwalificatie. Studiepunten moeten behaald blijven worden, toetsen moeten doorgang vinden en er is een versoepeling van de doorstroomeisen, waaronder het bindend studieadvies en de doorstroom van hbo-propedeuse naar wo. Dit is vanzelfsprekend prettig voor de voortgang van studenten, die hier zelf ook om hebben gevraagd. Het gaat echter voorbij aan de ándere essentiële doelen van het onderwijs.

Worden studenten zo échte professionals?
Zelfs wanneer studenten tijdens een Zoom- of Teamsmeeting om de beurt reflecteren op een stelling of hun eigen visie moeten geven, is dat toch vooral een kwalificerende activiteit. Bij het tweede doeldomein dat Biesta voorschrijft (‘socialisatie’) zijn we als docent veel meer bezig met opvoeding in de zin van ‘goede  manieren’ leren (Biesta, 2016). Dit gebeurt wanneer we van studenten specifiek gedrag verwachten, zoals integer en betrouwbaar gedrag tonen of zorgen dat je je handen wast en afstand houdt wanneer je een cliënt bezoekt. Ook dit proces gaat tijdens de online coaching door.

Subjectivicatie is bij digitaal onderwijs lastiger. Het is immers geen bewuste activiteit, maar komt voort uit een ontmoeting in situaties waar het er om gaat te bepalen wat jij wilt en vindt (Biesta, 2018). Dit ontstaat in ontmoetingen tussen verschillende generaties, culturen en normen en waarden, zónder dat van te voren duidelijk is wat het resultaat van die ontmoeting is. Ontmoetingen die bij uitstek binnen onderwijsinstellingen plaatsvinden. Biesta gaat er vanuit dat we allemaal vrije zelfstandige individuen zijn, maar dat we ons tot die vrijheid moeten verhouden én deze eigen moeten maken. Het faciliteren van dit proces, als onderwijsinstelling, is van groot belang (Biesta 2015, 2018).

De huidige “praktijk”
Het faciliteren van dit belangrijke proces wordt inmiddels al bijna vier maanden lang overgelaten aan enkele uren per week staren naar een beeldscherm. Los van de reacties van onze studenten (“Thuis is normaal de plek waar ik tot rust kom” of “Alles speelt zich af op die paar vierkante meter en loopt in elkaar over. Ik mis mijn ritme”) zien we ook in de wetenschap kanttekeningen bij het aanbieden van enkel online onderwijs. Zo bleek uit een meta-studie naar de implementatie van blended onderwijs dat, gekeken naar 114 studies, het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces de belangrijkste reden is om online altijd met voldoende fysiek contact te combineren (Alten e.a., 2019).

En ondanks het feit dat digitaal onderwijs ook kansen biedt, zeker binnen het sociaal werk (Hartman – van der Laan 2019), blijft fysiek contact onmisbaar in de praktijk. Zo zien we dat veel hbo-stages na de eerste corona-uitbraken zijn stopgezet zijn en niet meer zijn hervat. In plaats daarvan zijn er vervangende opdrachten uitgeschreven, net als dat voor praktijkvakken of uitwisselingsreizen het geval is. Deze ‘opdrachten’ helpen nu vooral om aan de eindkwalificaties te voldoen, maar zullen nooit geijkt zijn aan de praktijk. Hoe kun je nu bijvoorbeeld weten hoe je als toekomstig professional reageert op heftige emoties of onverwachte situaties van een cliënt? “Maakt dat van deze generatie straks mindere sociale professionals?”, vraagt ondergetekende Lieke Fijneman, vertegenwoordiger van de 1e-jaars Sociale Studies Fontys Hogescholen, zich af. Het is niet te hopen dat deze vraag waarheid wordt.

Sociale professionals vereisen ook ‘sociaal’ onderwijs
Goed onderwijs zit in kwantitatieve én kwalitatieve aspecten. Onze toekomstige sociale professionals zullen daar zowel kennis als ervaring voor moeten opdoen. Dit gebeurt primair in ontmoeting met elkaar, met soms onduidelijke, onmeetbare ‘kwalificatie’-uitkomsten, maar die wél bijdragen aan de door Biesta genoemde subjectificatie. Zéker voor onze toekomstige professionals in de zorgsector is menselijk contact onmisbaar. We pleiten dan ook voor zo veel mogelijk fysiek onderwijs na de zomervakantie, om zo de sociale professionals van de toekomst volwaardig te kunnen blijven opleiden. Echt sociaal onderwijs dus boven het huidige, digitale, “sociale” onderwijs.

Iris Middendorp, Bram Gootjes en Arno Kierkels zijn docent-onderzoekers aan de opleiding Sociale Studies aan de Fontys Hogescholen Eindhoven. 
Lieke Fijneman is student Sociale Studies aan de Fontys Hogescholen Eindhoven en vertegenwoordig eerstejaars in de opleidingscommissie.

Arendt, H. (2006 [1954]) The Crisis in Education. In: Arendt, H. Between Past and Future. London: Penguin, 170-193.

Biesta, G. J. J. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.

Biesta, G. (2016). Persoonsvorming in het onderwijs: Socialisatie of subjectificatie?

Geraadpleegd op: http://downloads.slo.nl/Documenten/essay-persoonsvorming-gert-biesta.pdf

Biesta, G. (2018). Tijd voor pedagogiek. Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming (oratie). Utrecht: Universiteit voor Humanistiek.

Bron: Iris Middendorp, Bram Gootjes en Arno Kierkels Fontys Hogescholen Eindhoven & Lieke Fijneman, student Sociale Studies aan de Fontys Hogescholen.
Trefwoorden: fontys, fysiek, onderwijs
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Ik wil delen
Home
Corona
Over ons
Sociaal werk in beeld
Thema's
Voor leden
Onze leden in kaartLid wordenContact Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten