Themaoverzicht

Sociaal werk in de wijk

Hoofdthema's

De bedoeling van de transformatie in het sociale domein weerspiegelt zich in de sociale (wijk)teams die in veel gemeenten ontstaan. Professionals uit zorg en welzijn buigen zich samen over hulpvragen en bepalen welke aanpak het effectiefst is. Afhankelijk van het wijkprofiel gaat het om bijvoorbeeld sociaal werkers (opbouwwerkers, maatschappelijk werkers, jongerenwerkers), wijkverpleegkundigen en Wmo-consulenten. Bij zwaardere of specialistische vragen betrekken ze relevante andere professionals bij het vinden van de juiste oplossingen. In verreweg de meeste gemeenten maken sociaal werkers deel uit van de wijkteams. Geen wonder, zij kennen van oudsher de sociale kaart van de wijk en zijn meesters in het verbinden.

Nieuwsbericht

Ervaringsdeskundigen: hoe hebben we het ooit zónder kunnen doen?

Op 4 juni 2018 geplaatst door

‘Waar het om gaat is dat ervaringsdeskundigen soms letterlijk aan den lijve hebben ervaren wat hun cliënten meemaken. Dat zorgt voor de erkenning en herkenning waarmee die cliënten een stap verder komen,’ aldus Jeanet Veenstra, senior adviseur en sociaalpsychiatrisch verpleegkundige bij Zienn. ‘En daarom werken we steeds meer met ervaringsdeskundigen.’
Sociaal Werk Nederland was onlangs op werkbezoek bij Zienn. Jeanet Veenstra, Astrid Gijsbertsen en Gea Huizing hielden toen een aanstekelijke presentatie over de ins en outs van ervaringsdeskundigheid. ‘En ik hoop dat we over vijf jaar kunnen zeggen: hoe hebben we het ooit zonder kunnen doen.’

Vallen én opstaan
Astrid en Gea kampen na langdurig huiselijk geweld met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). ‘We weten dus wat het betekent om geen enkele zekerheid meer te hebben, alles kwijt te zijn, tot en met je identiteit. Maar wij weten óók wat het is om er stukje bij beetje van te herstellen.’ Juist die combinatie van ervaring met vallen én met opstaan is een heilzaam bestanddeel van ervaringsdeskundigheid, beklemtonen beiden.
Astrid werkt bij het Kopland, deels bij de afdeling beleid en deels bij de directe begeleiding van vrouwen. ‘Een voorbeeld van wat je als ervaringsdeskundige toevoegt? Toen ik zelf in de vrouwenopvang zat vond ik het moeilijk om te praten over de liefde die ik nog steeds voelde voor de man die mij mishandelde. Het leek alsof hulpverleners dat niet begrepen. Als ervaringsdeskundige merk ik nu hoe prettig cliënten het vinden om het daar wél over te kunnen hebben. Hoe opgelucht ze zijn als ze merken dat ze niet de enigen zijn die daarmee worstelen. Zoiets geeft ze energie om verder te gaan.’

Stigmatisering is zo destructief
Gea geeft bij Zienn de cursus “Herstellen doe je zelf”, die ze eerst als deelnemer heeft gevolgd. ‘Heel kort gezegd gaat het dan om vragen als “waar zit je nu?” en “wat hoop je te bereiken?”. Een belangrijk struikelblok blijkt steeds weer het stigma dat je meedraagt, als verslaafde, ggz-cliënt of dakloze. En dat is tweeledig: je kampt met een laag zelfbeeld, zo van “ik kan niks en het wordt ook ooit wat”. Maar ook met het stigma dat de maatschappij je opplakt. Met een ggz-stempel is het bijna onmogelijk om een woning te krijgen. Dat is killing voor je verdere herstel.’
Astrid: ‘Een stigma werkt als een vicieuze cirkel. Want als je jezelf niet voor vol aanziet, waarom zouden anderen dat dan wel doen? Dat moet je zien te doorbreken. Zo’n stigma is het destructiefste wat er is.’
Een ervaringsdeskundige kan dan als rolmodel fungeren. Gea: ‘Je boodschap is namelijk: hier sta ik weer, ik heb het gered.’

Omslagpunten
Want nogmaals: het delen van negatieve ervaringen is pas de eerste stap in het herstelproces. Minstens zo belangrijk is het uitwisselen van hoopgevende belevenissen. Astrid: ‘Dat betekent wel dat je als ervaringsdeskundige een goed beeld moet hebben van je eigen herstelproces. Wat waren omslagpunten? Hoe voelde ik me toen? Waaruit putte ik vertrouwen? En hoe kan ik die kennis inzetten voor het herstelproces van deze cliënt?’
Wat daarbij helpt is dat Astrid en Gea beiden een opleiding volgen om hun ervaringskundigheid nog beter in te zetten. Astrid doet een AD (Associate Degree) ervaringsdeskundige in Zorg en Welzijn aan de Hanzehogeschool in Groningen. ‘Met vakken als ontwikkelingspsychologie, sociale psychologie, groepsdynamica, herstelondersteunende zorg. Dus een combinatie van hulpverlenersvakken en ervaringsdeskundigheidsvakken. Wat je daarvan leert? Hoe je je ervaring kunt inzetten zonder dat jóúw ervaring leidend is voor de cliënt. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk om háár persoon en háár situatie. Wat heeft zij nodig en hoe geef je haar de regie over het eigen herstel?’
Gea volgt de verdiepingscursus “Goed” over ervaringsdeskundigheid & herstelondersteuning, ook aan de Hanzehogeschool.

Ervaringsdeskundigen en andere professionals
Belangrijk is bovendien dat ervaringsdeskundigen en andere hulpverleners samen optrekken. Astrid: ‘Sommige professionals zijn bang dat ze hun baan verliezen. Zij zeggen “ik heb ook ervaring.” Dat is ook zo. Het gaat erom dat je elkaar aanvult. Ken je die Indiase parabel over de blinde mannen die om de beurt een olifant moeten schrijven? De ene ziet alleen de slurf, de tweede een slagtand en weer een ander een dikke poot. Die beelden moet je naast elkaar leggen voor het hele plaatje.’
Wat ook zal helpen voor steviger positie van ervaringsdeskundigen is het onderzoek van de Hanzehogeschool waaraan Zienn meedoet. Jeanet: ‘Met pakweg twintig organisaties gaan we op micro- meso- en macroniveau naar ervaringsdeskundigheid kijken. Met als hamvraag: hoe kun je ervaringsdeskundigheid het best implementeren? Het moet breed gedragen worden binnen je organisatie, niet alleen door professionals maar ook door de afdeling P&O en het management. Denk bijvoorbeeld ook aan het opstellen van een passende functieomschrijving, zodat het een baan wordt en geen vrijwilligerswerk blijft.’

Herstellen is niet genezen
En hoe zit het met ervaringsdeskundigheid in tijden van Transformatie, waarin er steeds meer aandacht komt voor preventie?
Jeanet: ‘Als het gaat om opvang in het sociaal pension is de leidraad: zo kort mogelijk binnen en zo snel mogelijk weer naar een eigen omgeving. En met alle betrokken instanties proberen te voorkomen dat iemand uit zijn huis wordt uitgezet. Dat is zo ontwrichtend en dat geeft zoveel extra kosten!’
Overigens is huiselijk geweld totaal uitbannen een utopie, waarschuwt Astrid. ‘Wat wel kan is zo vroeg mogelijk ambulante hulpverlening inschakelen en zo voorkomen dat beginnende problemen overgaan in stelselmatig grof geweld.’
En nog iets: ‘Herstellen is iets anders dan genezen. Mijn symptomen van PTSS verdwijnen niet totaal. Bij stress krijg ik nog steeds een paniekaanval. Daar moet je mee leren leven, zodat het niet meer allesbepalend is voor je dagelijks leven. Als dat lukt is er veel mogelijk. Ik zeg vaak: je wordt niet meer wie je was, je wordt jezelf2.0.’

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Ik wil delen
Home
Over ons
Sociaal werk in beeld
Thema's
Voor leden
Onze leden in kaartLid wordenContact Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten