Nieuwsbericht

CBS doet onderzoek naar nieuw systeem voor onderwijsachterstandenbeleid

Eline Kolijn
15 juni 2016 | 2 minuten lezen

Kinderen van wie de ouders minder dan twee jaar middelbare school hebben gevolgd worden gezien als achterstandsleerlingen. Hun aantal bepaalt hoeveel geld gemeenten krijgen om via scholen en voorschoolse educatie achterstanden te bestrijden. Omdat het opleidingsniveau van ouders stijgt, daalt het budget dat hiervoor beschikbaar is: alle gemeenten krijgen in 2017 te maken met een bezuiniging van 2,8% ten opzichte van 2016. Het probleem is dat de werkelijke achterstanden níet dalen. Die achterstanden worden namelijk evengoed bepaald door andere factoren zoals maatschappelijke problemen in gezinnen, laag inkomen van ouders en vechtscheidingen. Sociaal Werk Nederland vindt daarom, net als de PO-raad, VNG en Brancheorganisatie Kinderopvang, dat het tijd is voor een nieuwe bekostigingssystematiek. Staatssecretaris Dekker kondigde aan een onderzoek te starten. Hoe staat het met dat onderzoek?

Onderzoek CBS
Vandaag vertelde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een technische briefing aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) meer over het lopende onderzoek. We brengen u graag op de hoogte van de belangrijkste conclusies.

1. In de eerste fase van het onderzoek stelden de onderzoekers vast: De landelijk bekende gegevens over het opleidingsniveau van ouders en de inschatting hiervan per school zijn betrouwbaar en daarmee nog steeds bruikbaar.

2. In de tweede fase bekijken de onderzoekers welke factoren voorspellen of een kind risico loopt op een onderwijsachterstand. Op basis van het Cohort Onderzoek OnderwijsLoopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (Cool 5-18) trekken ze een steekproef om de leerpotentie van leerlingen vast te stellen. Vervolgens brengen ze deze gegevens in verband met een aantal factoren, om deze vraag te beantwoorden: welke factoren beinvloeden de leerpotentie van een leerling negatief? Anders gezegd: door welke factoren presteert een kind slechter dan hij/zij eigenlijk zou kunnen? 

Opleidingsniveau is nog steeds één van deze factoren, maar niet de enige. De factoren die het CBS onderzoekt zijn onderverdeeld in kind-, gezins-, school- en buurtkenmerken en bevatten onder andere de volgende factoren (de opsomming is niet uitputtend):

  • Kindkenmerken: o.a. sociaal-emotionele problematiek van een kind
  • Gezinskenmerken: o.a. opleidingsniveau, thuistaal, inkomen, herkomst, verblijfsduur en status van de ouders en stabiliteit van het gezin (op basis van echtscheiding, overlijden, criminaliteit, schuldhulpverlening)
  • Schoolkenmerken: o.a. gebaseerd op het aandeel gezinnen met bovenstaande gezinskenmerken
  • Buurtkenmerken: o.a. de leefbaarheid (op basis van de leefbaarheidsindex)

3. In de laatste fase ontwikkelt het CBS het 'ideale model'. Daarbij corrigeren ze voor intelligentie van het kind en kijken ze niet alleen naar het effect van afzonderlijke factoren maar ook naar het effect van een opstapeling (cumulatie) van factoren: welke combinaties versterken het effect? De factoren die risico's op onderwijsachterstanden het beste voorspellen vormen dan het beste model. Daarbij is ook aandacht voor de praktische uitvoerbaarheid.

De resultaten van het onderzoek zijn nog niet openbaar, maar voorlopig is al bekend dat het CBS-model risico's beter voorspelt dan het huidige model. Opleidingsniveau is nog steeds een belangrijke voorspeller, maar onder andere herkomst en stabiliteit van het gezin ook.

Proces
Het proces ziet er nu als volgt uit:
- De voorlopige resultaten worden binnenkort besproken met het ministerie;
- Vervolgens wordt het beste model gekozen;
- Na de zomervakantie wordt met het gekozen model per school ingeschat hoeveel leerlingen risico lopen op een achterstand;
- Eind 2016 worden de financiële consequenties van toepassing van het nieuwe model doorgerekend;
- Staatssecretaris Sander Dekker zal daarna een voorstel voor een nieuwe systematiek naar de Tweede Kamer sturen.

In zijn brief over de effectiviteit van VVE meldde Dekker dat de nieuwe systematiek in 2018 in werking moet treden. Sociaal Werk Nederland is erg benieuwd welke indicatoren vanaf dat moment meegenomen worden in de bekostigingssystematiek. We houden u op de hoogte!

Lid wordenContact