Nieuwsbericht

Vangnetwerken tegen sociaal isolement

26 juni 2017 | 2 minuten lezen

“Hoe geven sociaal werkers en kwetsbare burgers met Vangnetwerken gezamenlijk vorm aan peer support als krachtgerichte interventie tegen sociaal isolement?” Een hele mond vol, erkent Jenny Zwijnenburg onmiddellijk. Maar het is de uitgekristalliseerde hamvraag van haar promotieonderzoek over “vangnetwerken”, dat ze uitvoert bij de academische werkplaats Sociaal Werk van Tranzo (Universiteit Tilburg). Bovendien is ze met haar methode recent toegelaten tot het groeiprogramma van het Oranjefonds. Jenny Zwijnenburg: ‘Dat programma helpt sociaal ondernemers met een goed idee om dat idee op te schalen.’

Lotgenoten bijeen brengen
Met haar methode die toen nog Dockwerkers heette, haalde ze eerder al de landelijke media. ‘Belangrijk daaraan is dat sociaal werkers met mensen samenwerken op basis van wederkerigheid. Het is eigenlijk heel wonderlijk dat er niet méér methoden zijn rond sociaal isolement waarbij eenzame mensen steun bij elkaar zoeken. Dus niet een sociaal sterk iemand als maatje koppelen aan iemand met weinig contacten, maar echt een groep opzetten voor mensen in eenzelfde situatie.’
Die groep doet veel zelf maar ondersteuning van een sociaal werker blijft nodig. ‘Je hebt te maken met mensen die sociaal geïsoleerd zijn geraakt, bijvoorbeeld omdat ze onvoldoende sociale vaardigheden hebben of door veel negatieve ervaringen waardoor ze kopschuw zijn geworden. Maar wat is precies de rol van die sociaal werker daarbij? Daarover gaat het onderzoek.

Focusbijeenkomsten
Het gaat om een “participatief actieonderzoek”. Jenny Zwijnenburg: ‘Samen met deelnemers aan die netwerken en professionals ga ik onderzoeken hoe het zit. Als eerste stap heb ik interviews afgenomen bij 16 deelnemers aan DOCKwerkers. Dat levert input op over wat ze belangrijk vinden aan het project en wat het hen heeft gebracht.’
Daarna gaat ze met een onderzoeksgroep in focusbijeenkomsten de opgehaalde thema’s uitdiepen. ‘Zes deelnemers, twee professionals en ik gaan aan de slag, zodat er in september een methodebeschrijving ligt. Daarmee is de eerste cyclus van mijn  onderzoek afgerond. Daarna ga ik op twee plekken in Tilburg kijken of die methode daar ook werkt. Dat doe ik samen met sociaalwerkorganisatie CountourdeTwern.’
DOCK, de Gemeente Rotterdam, het Aanjaagteam Verwarde Personen en Sociaal Werk Nederland dragen bij aan het onderzoek.’

Geen ingewikkeld intakegesprek
De interviews laten zien dat deelnemers vooral de ongedwongen opzet van Vangnetwerken waarderen. Jenny Zwijnenburg: ‘Het werkt omdat er niks moet, omdat ze het project zelf mogen invullen. Ze hebben veel steun aan elkaar. “Er zitten weer mensen op mij te wachten”, hoorde ik vaak. Ze voelen zich gewenst, geen cliënt.’
De sturende hand van de sociaal werker is deels moeilijk te benoemen, maar deels juist heel concreet. ‘Deelnemers vinden het fijn dat ze bijvoorbeeld even een moeilijke brief  aan je kunnen voorleggen. Dat kost maar 5 minuten, daar heb je geen ingewikkeld intakegesprek voor nodig.’
Belangrijk is ook dat er geen “aanwezigheidsplicht” is. ‘Je kunt een tijdje wegblijven zonder schepen achter je te verbranden. Je blijft welkom.’
Als onderdeel van het onderzoek wil Jenny ook in kaart brengen of de opbrengst valt te kwantificeren. ‘Daar wil ik de Nederlandse empowermentlijst voor gebruiken. Die is nu gericht op de ggz, maar ik wil kijken of en hoe je die kunt inzetten voor sociaal werk.’

Eervol
De toelating tot het Groeiprogramma van het Oranjefonds was ‘best wel een eer’, volgens Jenny Zwijnenburg. ‘Er waren circa 275 aanmeldingen en Vangnetwerken heeft de laatste twintig gehaald. Het is een mooi traject, met ontwikkeluren en advies van onder andere McKinsey & Company.’ Financiering van het Oranjefonds maakte in 2013 de start en doorontwikkeling van DOCKwerkers mogelijk. En nu steunen zij de zoektocht naar mogelijkheden om ook op andere plekken Vangnetwerken op te richten.

Lid wordenContact