Themaoverzicht

Kwaliteit

Kwaliteit & Professionalisering

Sociaalwerkorganisaties willen een sterke positie in het nieuwe sociaal domein. Daarvoor moet de sociaal werker zichtbaar zijn, net als de kwaliteit en de meerwaarde van het sociaal werk. Voor de individuele burger, de financier én de maatschappij. Daarom herijken we de manier waarop we kwaliteit en professionalisering vormgeven. We zoeken kernelementen die écht iets zeggen over de kwaliteit. We vertellen een eigen verhaal, met oog voor de context van sociaal werk: nieuwe wetgeving, decentralisaties, bezuinigingen en marktwerking vragen nadrukkelijk om samenwerking, concurrentie en verantwoording.
We gaan terug naar de bedoeling: steeds nagaan of je de juiste dingen doet, op de juiste manier en met de juiste resultaten.
Lees over de commissie Kwaliteit en Professionalisering. Suggesties? Laat het weten aan Marije van der Meij of Edwin Luttik.

Blog

Beleid maken: dagbesteding voor hoogopgeleiden?

Wij hebben het best moeilijk, mijn collega Edwin en ik. Als beleidstypes verkopen we namelijk een op dit moment totaal niet populair verhaal. Een mond vol abstracte, systemische termen terwijl iedereen snakt naar concreet en dichtbij. Naar leefwereld. Dialoog. Verbinding. De burger centraal.

En waar komen wij mee aan? Luister en huiver:

Een landelijk programma van partners in het sociaal domein dat (beleids)instrumenten produceert voor een specifieke groep professionals in een bepaalde sector, met als doel de beroepsontwikkeling van sociaal werkers te stimuleren.

Baf. Een vloek in de kerk.
Immers: we zetten dus niet de búrger centraal, maar de sociaal werker. Terwijl het overal gaat over eigen kracht en participatie, focussen wij op professionals. We willen namelijk dat ze nog beter worden in hun vak. Je daarbij richten op sociaal werkers als aparte beroepsgroep blijkt lastig als iedereen het heeft over vervagende grenzen tussen beroepen en sectoren, over integraliteit en co-creatie.
Geen wonder dus dat ons programma weerstand oproept. Het lijkt immers of we tegen de trends, de beleidsframes en de praktijk in roeien. Voortdurend moeten wij uitleggen wat we willen en waarom.
En nee, we zijn niet van tefal. We stellen onszelf heus geregeld de vraag: doen we eigenlijk niet aan beleidsgeneuzel in de marge? Knutselen we aan een papieren tijger als dagbesteding voor hoogopgeleiden? Of gaan we wel degelijk de goede kant op?

Uiteindelijk denken we van wel. Dénken, want zeker weten we dat niet. Immers: where you sit is where you stand. Onze baan bij ons soort werkgever maakt dat we een bepaalde bril op hebben die zuivere reflectie lastig maakt. Toch blijven we het belangrijk vinden dat sociaal werkers zich als beroepsgroep voorzien van een gezamenlijke basiskwaliteit en identiteit.
Anders gezegd: natuurlijk moet de burger centraal staan, daarover geen misverstand. Maar iemand moet die burger dan ook centraal stéllen. Is een goed opgeleide sociaal werker daarvoor niet de aangewezen persoon? Hem en haar ondersteunen in het vergroten van zijn of haar vakmanschap is toch noodzakelijker dan ooit? Dat staat niet haaks op het vigerende gedachtegoed, dat is de basis daarvan!

Dus waarom is dit landelijke programma voor professionals nodig?

  • Omdat niet alle burgers altijd op alle levensterreinen uit de voeten kunnen
  • Omdat veel van hen incidenteel of permanent enige mate van professionele ondersteuning nodig hebben
  • Omdat in andere sectoren beroepsontwikkeling de gewoonste zaak van de wereld is
  • Omdat het best gek is dat de kwaliteit van ondersteuning van kwetsbare burgers en buurten zo weinig aandacht krijgt
  • Omdat sociaal werk in essentie overal gelijk is (of zou moeten zijn)
  • Omdat een ‘lokaal lerende praktijk’ er niet vanzelf komt
  • Omdat een landelijke impuls gemeenschappelijke basiskwaliteit kan brengen
  • Omdat die basis overal goed moet zijn en blijven
  • Omdat als sector een kwaliteitsnorm niet wordt ingegeven door profileringsdrang maar ter ere van de doelgroep
  • Omdat sociaalwerkinstrumenten misschien niet sexy zijn maar bij goed gebruik wonderen kunnen doen
  • En omdat het geen kwestie is van of-of maar van en-en: Burger Centraal is een station met twee sporen

Voor de goede orde: geen zorgen, Edwin en ik redden ons wel. Het is niet de gemakkelijkste klus, en we zouden graag eens de wind in de rug krijgen, maar hé, we zijn beleidsterriërs. We houden vast en we hebben geduld: als de intercity niet rijdt nemen we wel de boemel. Herstel: de sprinter.

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Staffunctionaris P&O

Misschien zijn er wel al wagonnetjes die achter jullie trein hangen maar die ook geduld moeten hebben dat professionals in de organisatie er op gaan springen, maar ik volg het spoor wel.

Ik verwijs nu ook al onze opleidingsinstituten door naar jullie om accreditatie aan te vragen, want als ze er op gaan springen kunnen we dan ook meteen een sprint maken.

De lente is al begonnen! 

Adviseur Kwaliteit

Dag Henny, dank voor je reactie! Geduld is inderdaad ook hier een schone zaak, al is er denk ik ook een portie verleiding nodig en het vinden van de juiste prikkels...

Wat betreft accreditatie: dat hoeft niet! We hebben heel bewust gekozen om alle vormen van ontwikkeling te erkennen, en daar niet een (vaak lastig te bepalen) kwaliteitsbodem in aan te leggen. Dus iedereen is welkom om zijn of haar aanbod, ongeacht de vorm (dus niet enkel training en opleiding!) onder de aandacht te brengen. 

Groet

Marije

Ik wil delen
Home
Over ons
Sociaal werk in beeld
Thema's
Voor leden
Onze leden in kaartLid wordenContact Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten