Blog

Cultuur sensitief

Zijn ze nou zo geboeid of sla ik de plank helemaal mis? Die onrust bekroop me vorige week even toen ik een gastcollege gaf aan de Hogeschool in Leeuwarden.
4 april 2016 | 2 minuten lezen

Zijn ze nou zo geboeid of sla ik de plank helemaal mis? Die onrust bekroop me vorige week even toen ik een gastcollege gaf aan de Hogeschool in Leeuwarden. Er zaten ongeveer vijftig aankomende sociaal & maatschappelijk werkers in de zaal, het merendeel vrouwen, maar toch ook zeker een paar mannen.

Ik vertelde eerst iets over sociaal werk in het algemeen. Welke werksoorten er allemaal zijn en hoe belangrijk het is dat we ons met z’n allen als sociaal werkers profileren. Dat is ook voor hen belangrijk, want als niemand weet wat we doen, dan wordt ons werk maatschappelijk onzichtbaar. En dat betekent ook iets voor hun kansen om werk te vinden als ze zijn afgestudeerd.

Daarna vertelde ik over mijn werk bij Pretty Woman: het ondersteunen van meiden die te maken hebben met grensoverschrijdend seksueel of relationeel gedrag. En hoe belangrijk het is in dat werk om je bewust te zijn van je eigen normen en waarden op dat gebied. Dat is best lastig trouwens, vandaar ook dat ik ook een oefening met hen deed. Daarbij ging het om tien voorbeelden van seksuele grensoverschrijding en de vraag was of ze daar een rangorde in wilden aanbrengen: van super erg tot misschien toch iets minder erg…

Het is eigenlijk een onzinnige oefening, want feitelijk zijn de tien voorbeelden allemaal even afschuwelijk. En dat zeiden sommigen gelukkig ook, daar was ik blij mee. De bedoeling van de oefening is vooral om de studenten bewust te maken van hun eigen referentiekader en om de tongen los te maken. Dat lukt meestal ook, bijvoorbeeld over sexting.

Moet je onmiddellijk streng verbieden dat jongeren pikante filmpjes op internet zetten of kun je het ook zien als onderdeel van hun seksuele ontwikkeling, wat niet per definitie misdadig is? Of als het gaat om cultureel sensitief werken: vind je dat je cliënt zich moet aanpassen aan de hier gangbare normen, of moet je als hulpverlener juist meebewegen met zijn of haar opvattingen?

Zelf constateerde ik die middag een cultuurverschil tussen Leeuwarden en Utrecht. In de gangen van de Hogeschool heerste een gezellige, bijna dorpse sfeer: iedereen kende en begroette elkaar. Maar eenmaal binnen in de collegezaal was het rustiger dan ik gewend was. En dat maakte me wat onzeker. Waren ze zo geboeid dat ze ademloos luisterden? Keken ze vooral de kat uit de boom? Zou het ijs nog breken of was er helemaal geen ijs? Hoe sensitief ben ik eigenlijk voor de Friese cultuur?
Uit de vragen na afloop begreep ik gelukkig dat ze toch vooral heel geïnteresseerd waren, maar dat ze wat minder primair reageerden dan hun leeftijdgenoten in de Randstad. Een leerzame middag…

Lid wordenContact