Themaoverzicht

Inclusieve Samenleving & Participatie

Hoofdthema's

Een solide sociale basis is in een welvarend land als Nederland even onmisbaar als een fijnmazig wegennet, betaalbare woningen of toegankelijke gezondheidszorg. Deze buurtbasis bestaat uit drie onderling nauw verbonden pijlers: de inwoners zelf, hun netwerken en de meer formele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Samen vormen ze een inclusieve, betrokken en vitale samenleving. Die sociale basis zorgt er namelijk voor dat mensen mee kunnen doen, zich als burger gewaardeerd voelen en van daaruit ook willen omkijken naar anderen. Met oog voor diens persoon, talenten én  zwakkere momenten.
 

 

Blog

NEDERLAND FIETSLAND

Als vluchteling een thuis en toekomst opbouwen in Nederland betekent onder andere: je weg weten te vinden in de gemeente. Oók in het verkeer.  Nederlands is een fietsland, fietsen is voor ons een hele vanzelfsprekende manier om van A naar B te komen. Maar wat als je zoiets niet van huis uit hebt meegekregen? Dit signaal werd opgepakt door Timpaan Welzijn, verantwoordelijk voor de maatschappelijke begeleiding van nieuwkomers. Sindsdien treft een aantal vrouwen elkaar bij de wekelijkse fietslessen. Verhaal over een ontmoeting  met Rosé Buskermolen Buurtsportwerk Weststellingwerf, vrijwilligster Marijn van Sandick en drie vrouwen van Marokkaanse en Afghaanse  afkomst.  

 

Fietsen in soorten en maten

We ontmoeten elkaar bij het oude schoolhuis in Wolvega, na afloop van de wekelijkse fietsles. Er zijn fietsen in soorten en maten. Tegen de muur staat een hele lage loopfiets zonder trappers.  "Op die manier blijven onervaren vrouwen  veilig met de voeten op de vloer , terwijl ze wel het gevoel krijgen van evenwicht bewaren op een fiets", vertelt Rosé.  Voor vrouwen met iets meer ervaring is er een vouwfiets met pedalen. Wie nog wat meer ervaring heeft, komt op de eigen fiets. "Moet de fiets op slot?", vraagt één van de vrouwen. "Ja, dat is wel de gewoonte in Nederland".

Tijd voor theorie

We gaan naar binnen en Marijn zorgt dat de ergste dorst wordt gelest met een kopje koffie en thee. "Ik heb een tijd lang gezinnen maatschappelijke begeleiding gegeven. Die trajecten zijn inmiddels afgerond, daarom help ik nu bij fietsles".  Nu het praktijkgedeelte erop zit, is het tijd voor de theorie.  Rosé  zet een doos op tafel en uit die doos haalt ze een kruising van vier wegen. Daarnaast bevat de doos allerlei verkeersborden en voertuigen.

"Kijk, hier hebben we twee fietsen. De ene fiets rijdt op deze weg en de andere fiets op die weg. Aan welke kant van de weg moet je als fietser rijden?",  "Aan de rechterkant", weet T. "Ja, dat klopt.  En welke van deze twee fietsen mag eerst en waarom? " "De paarse, want die maakt een korte bocht".  "Helemaal goed. Nu komt er een ander voertuig bij. Hoe heet dit voertuig?" "Een motor".  Behalve de motor plaatst Rosé nog  twee auto's op het bord, die allemaal een bepaalde richting op willen. "Wie van hen heeft voorrang en waarom?". De vrouwen aarzelen. Het goede antwoord is het voertuig dat van rechts komt. "Hier, ik zet een kruisje op je rechter hand".

 

Verkeersborden, zebrapaden en haaientanden

Vervolgens komen er verschillende verkeersborden bij.  "Wat vertellen  verkeersborden die rond zijn en een rode rand hebben?" "Dat mag niet, dit is verboden", is het antwoord.  Rosé loopt een aantal borden langs: verboden voor fietsers, verboden voor auto's, verboden harder te rijden dan 60 km per uur. Daarna komen een aantal driehoekige borden  voorbij. "Wat zegt dit borden?" "Pas op voor voetgangers", weet  F.  Dit bord vind je bij scholen en bij zebrapaden.  In de doos zit een zebrapad, maar ..... in Wolvega heb je geen zebrapaden. "Wel in Groningen", vertelt D.   die ook weet te vertellen wat haaientanden zijn.

 

Steeds beter

Het fietsen gaat de vrouwen steeds beter af, maar er blijven lastige momenten. "Laatst in die tunnel onder het spoor. Die is zo stijl, toen ben ik maar afgestapt". Ook de combinatie van praktijk en theorie moet wennen. "Ik weet wel dat ik in deze situatie voorrang heb, maar als ik dan een trekker tegenkom  laat ik die echt wel voor gaan".  Soms is de omgeving behulpzaam: "Vet in mijn rok; die  is in de kettingkast gekomen. Straks maar even de buurman vragen of die de kettingkast wil maken". Soms is de omgeving dat niet: "Ik fiets liever niet met mijn man, die geeft alleen maar commentaar".

De vrouwen houden stug vol en maken plannen voor de volgende week. "Ik wil opstappen zonder te slingeren". "En ik ga grote en kleine bochten maken". 

In Nederland zeggen wij dan: de aanhouder wint!

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Ik wil delen
Home
Over ons
Sociaal werk in beeld
Thema's
Voor leden
Onze leden in kaartLid wordenContact Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten