Themaoverzicht

Effectiviteit

Kwaliteit & Professionalisering

De kwaliteit van sociaal werk hangt nauw samen met  de effectiviteit ervan. Zijn de beoogde resultaten behaald? Ervaren klanten meerwaarde? Heeft het (financieel) rendement opgeleverd? Opdrachtgevers, samenwerkingspartners én sociaalwerkorganisaties zelf zoeken antwoorden op deze vragen. Voor verantwoording maar vooral omdat inzicht in effectiviteit en meerwaarde noodzakelijk is om de ondersteuning van doelgroepen te verbeteren. Er bestaan inmiddels allerlei instrumenten die effectiviteit inzichtelijk maken: wat betreft financieel rendement (bijvoorbeeld SROI en MKBA), tevredenheid, of het door de klant beleefde effect van een activiteit of dienstverlening (Effectmeter).

Nieuwsbericht

Hoe kom je aan data die de meerwaarde van sociaal werk aantonen en ondersteunen?

Op 26 mei 2020 geplaatst door

Veel sociaalwerkorganisaties zoeken voortdurend naar manieren om het effect van hun werk zichtbaarder te maken. Anno 2020 verwachten ze daarbij veel van het nieuwe digitale goud: data. Sociaal Werk Nederland is daarom gestart met een programma dat inzicht moeten geven in de rol die data kunnen spelen in beleid, uitvoering en verantwoording van het sociaal werk. Programmaleider Eva Brouns: ‘Data op zich zijn nog geen informatie; het is aan ons om te bepalen wélke informatie we eruit willen halen en wat we daarmee doen.’

Eva Brouns werkt sinds januari van dit jaar als adviseur bij Sociaal Werk Nederland. Ze kwam over van HEYDAY Facility Management, een zelfstandig opererende dochter van ADG dienstengroep. Mede vanwege die achtergrond is ze nu onder meer programmanager van het net gestarte programma, dat een antwoord moet bieden om de aanhoudende vraag naar data als onuitputtelijke bron van overtuigingskracht.
Maar meteen een disclaimer: ‘Data zijn een middel, geen doel. Data moeten leiden tot inzichten over (het effect van) sociaal werk. Waarover willen we uitspraken kunnen doen, welke informatie hebben we daarvoor nodig, waar halen we die vandaan en hoe kunnen we ze duurzaam inzetten? Dat is de grote uitdaging van dit programma.’

En zoals zo vaak is dat vooral een kwestie van schrappen. Eva Brouns: ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. De scope die je kiest beïnvloedt in grote mate de kans van slagen van je onderzoek. Om het heel concreet te maken: je kan onmogelijk de meerwaarde van “jeugdwerk” aantonen; dat is veel te breed en er zijn veel te veel andere factoren die het succes bepalen. Aan de andere kant: als je het té klein maakt (“dat ene buurthuis in die ene wijk in Den Haag”) kun je het niet opschalen.’

Stapsgewijs
Een programma als dit vereist een flexibele werkwijze. Eva Brouns: ‘Omdat het veld zo breed en dynamisch is en er per definitie onzekerheid bestaat over de uitkomsten van ons onderzoek (kunnen we onze hypotheses inderdaad toetsen en bewijzen?) en omdat we desondanks het liefst een duurzaam, concreet product willen opleveren. Het zou dus zomaar kunnen dat we op het einde van het programma iets geheel anders in handen hebben dan we in het begin dachten. Daarom leent dit programma zich ook voor een agile werkwijze: stapsgewijs groeiend, met veel toetsmomenten bij de relevante stakeholders.’

Op basis van die uitgangspunten schreef Eva een programmaplan dat vier fasen onderscheidt:

  • kaders schetsen: scope, oplevering en stakeholders helder krijgen
  • onderzoek: hypothese-onderzoek en inventarisatie
  • productontwikkeling: een ontwikkelteam ontwerpt en test
  • continu verbeteren: duurzaamheid creëren door continu testen en verbeteren

Geen kennis zonder kaders
Meerwaarde onderbouwen is een loffelijk streven, maar de term “meerwaarde” is te vaag, stelt Eva Brouns onomwonden. ‘Dat moeten we scherper krijgen door de juiste vragen te stellen. Druk je meerwaarde uit in euro’s of in blije mensen? Wat zijn de werkzame bestanddelen in deze mega-brede werksoort? En wat moet dit programma straks opleveren? Een kant-en-klare tool voor organisaties, aanbevelingen voor nader onderzoek of nog heel iets anders?’

Fase 2 moet daarom uitmonden in het opstellen van hypothesen die je daadwerkelijk kunt onderzoeken en toetsen. Eva Brouns: ‘Iets als “Dankzij ouderenwerk daalt het aantal ouderen dat wordt doorverwezen naar een verzorgingshuis met 50%. Bijgevolg bespaar je daarmee per jaar twee ton.”’
Daaraan vooraf gaat een inventarisatie van gelijksoortige lokale initiatieven in de branche. Eva Brouns: ‘Van de VGN zag ik onlangs een maatschappelijke kostenbatenanalyse rond gehandicapten. Dus ja, wat is er allemaal al binnen en buiten de sector, en wellicht ook in het buitenland? En wat kunnen we daarvan gebruiken?’
Iets soortgelijks geldt voor databronnen. ‘Welke data zijn er al en welke missen we nog?’

Testen en bijstellen
In fase 3 moet de tijd rijp zijn voor het instellen van een ontwikkelteam, met daarin leden vanuit Sociaal Werk Nederland, een externe (onderzoeks)partij en leden. Eva Brouns: ‘Zij zullen onder meer de ontwerpcriteria vaststellen, bepalen welke databronnen we kunnen aanhaken en hoe het testpanel eruit komt te zien. Het moet leiden tot “roadmap”: klein beginnen maar een visie ontwikkelen op hoe we kunnen opschalen.’

Belangrijk is bovendien een onderscheid tussen landelijk en lokaal. ‘Voor de lobby in Den Haag heb je vooral overstijgende data nodig, terwijl leden eerder behoefte hebben aan data over hun werkgebied en de implicaties daarvan voor hun dagelijkse praktijk.’

De opbrengst is wat Eva Brouns betreft ook na de oplevering zeker nog voor verbetering vatbaar. In die zin heeft fase 4 dan ook geen einddatum. ‘Wil je een duurzaam eindproduct dan moet je de ontwikkelingen rond datagebruik en die in het sociaal domein consequent volgen; je moet blijven testen of het product nog voldoet aan de eisen van de stakeholders. Je zou een werkgroep kunnen instellen die dat monitort.’

Wat verwacht je van leden?
‘Momenteel ben ik bezig leden en andere sleutelfiguren te interviewen over de kaders van dit programma. En het is zo dat een aantal leden al eerder op eigen initiatief een “koplopergroep” heeft gevormd, die ook al contact heeft gelegd met een softwareleverancier om samen een product te ontwikkelen. Hen wil ik interviewen en dat heb ik deels ook al gedaan. En ik wil nog meer leden spreken: welke thema’s vinden zij belangrijk? Wat voor eindproduct zouden ze graag zien en wat verwachten ze daaraan te hebben? Verder staat de VNG als belangrijke stakeholder ook op mijn lijstje, net als vertegenwoordigers van de tweedelijnszorg. En in fase 3 bij de productontwikkeling zie ik voor leden een belangrijke rol als klantpanel; als toekomstige gebruikers en ervaringsdeskundigen. Test het product en geef feedback.’

Hoe verhoudt dit programma zich tot de huidige benchmark van Sociaal Werk Nederland?
‘Daar is veel discussie over. Maar volgens mij willen we in dit verband toch andersoortige gegevens dan de data uit de benchmark. Die gaan vooral over bedrijfsvoering; over loonsom, ziekteverzuim et cetera, dus over hóé je je werk doet. Nu willen we vooral weten wat het oplevert.’

Hollen en even stilstaan
De eerste interviews laten zien dat de behoefte aan data inderdaad groot is binnen het sociaal werk. Eva Brouns: ‘Iedereen wil aanhaken. Maar dat is ook een gevaar, want de kennis en slagkracht verschilt per organisatie. Onder leden en collega’s denken nog vrij veel mensen: “Heeft iets een internetverbinding? Dan levert het hapklare data op die nuttig zijn voor het dataprogramma...” Data zijn niet per se eenduidig en helder, het gaat om afbakenen en interpreteren. Je moet je steeds afvragen of je je hypotheses er überhaupt mee kan toetsen, laat staan aantonen.’

Ten tweede hoop ik dat ook onze kleinere leden kunnen aanhaken, die misschien onvoldoende capaciteit hebben voor dergelijke grote dataprogramma’s. Of zoals Lex Staal zei: “De koplopers krijgen we wel mee, maar wat doen we met de hekkensluiters?”’

Dat maakt het allemaal behoorlijk complex. ‘Dus de hamvraag is: hoe bakenen we het af? Daarom is het belangrijk met kleine stapjes heel concrete dingen op te leveren.’
En daarvoor heeft ze alvast één instrument in petto. ‘Ik wil leden betrekken met behulp van “sprint reviews”. Die methode uit de agile/scrum-projectmanagementmethode en werkt met korte deadlines van bijvoorbeeld drie weken. Dan komt er een reviewsessie: een presentatie van een bepaald onderdeel en een blik vooruit. Voor de eerste sessie wil ik iedereen uitnodigen die er iets mee te maken heeft, zodat alle belangstellenden hun zegje kunnen doen. Echter: wie niet komt vindt het blijkbaar niet belangrijk genoeg en dan sta je wat mij betreft buitenspel. Streng? Misschien, maar ik heb daar goede ervaringen mee. Zo kweek je betrokkenheid.’

Planning
De eerste fase wordt begin juni afgerond. Dan zijn de kaders aangescherpt en kunnen deze zomer fase twee en fase drie starten. ‘Die kunnen deels parallel lopen.’ De bedoeling is dat er zodoende aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 een eindproduct ligt.

  • In de bijlage vind je het programmaplan
Bron: Sociaal Werk Nederland
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.

Hallo Eva,

Graag wil ik me aanmelden voor deze bijeenkomst. Moet nog een afspraak hiervoor verzetten maar ga er vanuit dat dit moet gaan lukken.

Mvg Ineke Stegink

i.stegink@cmww.nl

Ik wil delen
Home
Corona
Over ons
Sociaal werk in beeld
Thema's
Voor leden
Onze leden in kaartLid wordenContact Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten