Nieuwsbericht

Klijnsma erkent: terugvorderen schulden? Dit doen we niet goed

5 april 2016 | 3 minuten lezen

Waar de LOSR/MOgroep al jaren op hamert wordt nu door staatssecretaris Klijnsma erkend: de schuldhulpverlening gaat niet goed en de overheid en andere schuldeisers brengen burgers in armoede door de wijze waarop terugvorderingen gedaan worden. Klijnsma stuurde haar Rijksincassovisie naar de Kamer.

Speerpunten van de sociaal raadslieden zoals de nadruk op maatwerk, het respecteren van de beslagvrije voet en betere samenwerking tussen de verschillende diensten zijn nu terug te vinden in de deze Rijksincassovisie, die verder echter nog niet meer is dan een eerste aanzet tot snellere, efficientere, menswaardige schuldhulpverlening. Zoals ook gemeld door de NOS

MOgroep, VNG, Divosa en NVVK hebben daarom op 6 april een pamflet met vergaande verbetervoorstellen Armoede en Schulden aan de Tweede Kamer overhandigd. 

Staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft maandagmiddag 5 april de zogeheten Rijksincassovisie namens het kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd. Klijnsma stelt in haar brief aan de Kamer dat overheden bij het terugvorderen van openstaande schulden bij burgers nauwer met elkaar moeten gaan samenwerken. Dit om te voorkomen dat door een opeenstapeling van incasso-activiteiten de financiële problemen van burgers groeien en de schulden verder toenemen.

In Nederland is de Rijksoverheid één van de grootste schuldeisers. In de praktijk heeft iemand die in de schulden zit vaak met meerdere overheidsorganisaties te maken. Elk van die instanties heeft een eigen aanpak en mogelijkheden om betalingsregelingen te treffen. Klijnsma pleit er voor dat overheidsinstellingen in een zo vroegtijdig mogelijk stadium (persoonlijk) contact leggen met schuldenaren om afspraken over afbetalingen te maken. Dit type van maatwerk moet voorkomen dat er automatisch dwangincasso’s en deurwaarders met de bijbehorende kosten worden ingezet die mensen vervolgens niet kunnen aflossen.

Incasserende organisaties moeten hun gegevens uitwisselen zodat de betalingsmogelijkheden en omstandigheden van iemand met schulden beter vastgesteld kunnen worden. Voorkomen moet worden dat het geleverde maatwerk van de ene instantie teniet wordt gedaan door een dwangincasso van een andere partij, schrijft Klijnsma.

Reactie MOgroep/LOSR
De MOgroep vindt één rijksincassovisie een eerste kleine stap in de goede richting. We stelden dat immers zelf in 2012 al voor, onder meer in Paritas Passe, Maar de Rijksoverheid is er met deze visie nog lang niet. Gezien de enorme urgentie van de maatschappelijke problematiek van schulden en armoede op dit moment, is deze brief niet meer dan een abstracte visie waar honderdduizenden huishoudens in de problemen voorlopig niets aan hebben.

Voor daadwerkelijk merkbaar effect voor burgers zal het Kabinet alle nieuwe wetgeving voor het sociaal domein secuur moeten afstemmen op deze incassovisie. Wat lastig wordt aangezien deze Rijksincassovisie slechts een visie is en dus (nog) een vrijblijvend karakter heeft. Het vraagt de verschillende ministeries en ZBO's binnen hun eigen kaders invulling te geven aan de beschreven uitgangspunten.

Concreet zullen burgers voorlopig dus nog niets van de Rijksincassovisie merken; de Rijksoverheid blijft namelijk de grootste schuldeiser (want steeds in de top 3 van schuldeisers) en doet in deze visie absoluut geen afstand van haar preferente en bijzondere incassobevoegdheden.

Beslagvrije voet
Klijnsma stelt in haar Rijksincassovisie wel voor om een beter afgestemde rijksincasso te bereiken door vereenvoudiging van de regels rond de beslagvrije voet. Door de aanstaande vereenvoudiging wordt de hoogte van de afloscapaciteit makkelijker te berekenen. De beslagvrije voet (wettelijk vastgelegd, een recht) moet borgen dat er altijd genoeg geld overblijft om van te kunnen leven. Nu is de berekening daarvan nog van zoveel factoren afhankelijk dat de beslagvrije voet in de praktijk soms te laag wordt vastgesteld.

Uitgangspunt is dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun financiële verplichtingen, maar bij mensen die daar niet toe in staat zijn is het belangrijk dat overheidsorganisaties goed contact hebben met (schuld)hulpverleners.

In het zogenoemde beslagregister kunnen gerechtsdeurwaarders sinds 1 januari 2016 zien of en zo ja welke beslagen bij een schuldenaar liggen. Zo kunnen zij de afloscapaciteit van de schuldenaar en de te hanteren beslagvrije voet beter op elkaar afstemmen. Het kabinet streeft er naar om ook de verschillende overheidsorganisaties op het beslagregister te laten aansluiten.

De Rijksincassovisie van staatssecretaris Klijnsma is in nauw overleg met de ministeries van Veiligheid en Justitie, Financiën, VWS en EZ tot stand gekomen. Uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst, UWV, het Centraal Justitieel Incassobureau en Zorginstituut Nederland zijn bij de totstandkoming betrokken. Ook van de expertise van landelijke organisaties als de VNG en NVVK is gebruik gemaakt.

Ook de Transitiecommissie Sociaal Domein, die in opdracht van het kabinet de decentralisatie van sociale taken van het Rijk naar de gemeenten in de gaten houdt, is kritisch over de rol van de overheid als schuldeiser. Commissievoorzitter Han Noten: "Met al die verschillende instanties is de overheid een hele grote schuldeiser. Belangrijker dan bijvoorbeeld de telecombedrijven." 

Hier vindt u de Kamerbrief met de rijksincassovisie.

ContactLid worden