Nieuwsbericht

Nieuw: brancheambassadeur welzijn bij de NVTZ

6 december 2016 | 3 minuten lezen

“De Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn is een onafhankelijke, kritische vereniging die staat voor verantwoordelijk toezicht in zorg- en welzijnsinstellingen. Mét en vóór meer dan 4000 leden werken we aan professionalisering en ondersteuning van het toezichthoudende vak.”
Zo opent de website van de NVTZ. Om de noodzaak en meerwaarde van goed toezicht beter in het sociale domein te laten landen werkt de NVTZ met zowel branche- als regioambassadeurs.

Brancheambassadeurs zijn er inmiddels voor de eerstelijn, kleine vvt-instellingen en sinds kort ook Welzijn. Benoemd op die post is Joger de Jong, tot vorig jaar bestuurder van het Haagse Xtra. Hij richt zich als brancheambassadeur welzijn op de sociaalwerkorganisaties in het gehele land, ongeacht of ze al aangesloten zijn bij de NVTZ. ‘De regioambassadeurs houden zich bezig met kwesties die voor álle NVTZ-leden in hun regio van belang zijn, los van de branche waarin ze werken. Hoe die twee typen ambassadeurs zich precies tot elkaar verhouden? Dat zal gaandeweg uitkristalliseren. In ieder geval hebben ze elkaar nodig en gaan ze elkaar aanvullen.’

Onder de 4000 NVTZ-leden zijn momenteel maar 70 sociaalwerkorganisaties…
Joger de Jong: ‘Niet zo gek als je bedenkt dat de NVTZ er oorspronkelijk alleen voor de zorg was. Anderzijds zegt het ook wel iets over mate waarin het toezicht in onze sector is geprofessionaliseerd. Bekijk maar eens een aantal websites van sociaalwerkorganisaties, daar zie je zelden iets over toezicht. Soms staat er wel of er sprake is van een bestuurs- of een raad-van-toezichtmodel, maar wat die raad van toezicht dan doet en wie er deel van uitmaken? Het lijkt alsof ze zijn nog geen wezenlijk onderdeel van de organisatie zijn. Ook het grote aantal, relatief kleine, sociaalwerkorganisaties draagt eraan bij dat professionaliseren van het toezicht niet de eerste prioriteit is.’

En daar moet het wel naartoe?
‘De beweging naar professioneel, proactief toezicht komt op gang. En natuurlijk is het lastig, zeker voor de kleine organisaties die wel iets anders aan hun hoofd hebben. Maar wat helpt is de nieuwe governancecode, waarmee de leden van Sociaal Werk onlangs in grote meerderheid hebben ingestemd. Die code geeft aanknopingspunten om je toezicht op een hoger peil te krijgen. Hoe kom je van klassiek naar modern toezicht, van goedkeuren achteraf naar meedenken aan de voorkant? Hoe zorg je ervoor dat alle aspecten van het toezicht houden aan bod komen? Hoe zorg je dat je als toezichthoudend orgaan scherp blijft en als team goed functioneert? En hoe doe je dat zónder op de stoel van de bestuurder te gaan zitten? De governancecode biedt daarbij vooral steun om het met elkaar beter te doen.’

Wat wordt de rol van de brancheambassadeur daarin?
‘Niet zozeer die van ombudsman. Heb je een probleem met toezicht in het algemeen? Dan kun je het beste voor advies de NVTZ bellen. Als ambassadeur kijk ik niet zozeer naar afzonderlijke issues maar vooral naar de onderstroom: wat vinden toezichthouders in het sociaal domein belangrijk? Welke punten vereisen meer advies en ondersteuning voor de toezichthouders in het sociaal domein als collectief? Welke aspecten kan ik waar agenderen? Welke ondersteuning is er te mobiliseren? Als ambassadeur peil ik in gesprekken waaraan binnen het sociaal domein behoefte is, zodat de NVTZ daar opeen goede manier kan inspelen.’

Over welke actuele thema’s kan het dan gaan?
‘Organisaties verschillen veel van elkaar, maar er zijn ook veel overeenkomsten. Een thema dat bijna overal speelt is hoe je toezicht regelt wanneer medewerkers vooral in nieuwe vergaande samenwerkingsverbanden werkzaam zijn, bijvoorbeeld in wijkteams. Waar houd je als sociaalwerkorganisatie dan eigenlijk toezicht op?’

Heeft de NVTZ daar al ideeën over?
‘Natuurlijk zijn er ideeën, maar het is een terrein in ontwikkeling. Gelukkig is er voldoende expertise in huis om die materie te ontleden en bij de kop te vatten, aan de hand van onderzoek en wetenschappelijke inzichten rond bijvoorbeeld concurrentieverhoudingen. Wat ook helpt is bij elkaar in de keuken kijken, de NVTZ entameert dat. Daar ligt ook een taak van de brancheambassadeurs: de relevante thema’s benoemen en agenderen voor een dialoog.’

En hoe past Sociaal Werk Nederland in het verhaal?
‘De NVTZ is mijn broodheer, maar het is duidelijk dat Sociaal Werk Nederland en NVTZ meer naar elkaar toe moeten groeien. Ook dat is onderdeel van mijn pakket. En ja: vanouds is er enig wantrouwen bij sociaalwerkbestuurders: help, wij krijgen de problemen van de zorg op ons bord. En: “het gaat alleen maar over de salariëring van de bestuurders”. Dat imago kleeft aan de NVTZ. Dat moeten we verversen en de NVTZ ook interessant maken voor sociaalwerkorganisaties. Waaraan hebben ze behoefte? Wat zijn hun branchespecifieke vragen en hoe kan de NVTZ bijdragen aan bevredigende antwoorden daarop? Dus bijvoorbeeld: hoe kun je als kleine organisatie handelen in de geest van de governancecode zonder alle aspecten daarvan door te voeren? Daarom werk ik vanuit de NVTZ met Sociaal Werk Nederland samen om de governancecode te implementeren, niet alleen bij grote maar ook bij kleinere organisaties.’

Hoe zit het met de toezichthouders zelf? Is er voldoende animo voor die taak?
‘Hun rol is ingewikkelder geworden. Bij bestuurlijke missers blijven de toezichthouders niet meer buiten schot. Daarom zie je in wervingsadvertenties dat er steeds meer eisen aan hen worden gesteld. Men zoekt niet meer iemand uit de vriendenkring, maar iemand met specifieke kwaliteiten. En daar komen veel reacties op, heb ik begrepen. Mensen willen hun werkervaring graag inzetten voor een hoger doel, daar ben ik zeker niet pessimistisch over. Je bent direct betrokken, het verruimt je blik en verrijkt je expertise. Ik kan het iedereen aanbevelen.’

Lid wordenContact