Nieuwsbericht

Vluchtelingen, statushouders: voorkom deze nieuwe onderklasse

5 januari 2016 | 2 minuten lezen

Momenteel gaat de aandacht vooral uit naar de problemen rond de lokale opvang van nieuwe groepen asielzoekers, maar tegelijkertijd dringt zich een tweede fundamentele beleidsopgave op, namelijk de integratie van asielmigranten aan wie een verblijfsvergunning voor de Nederlandse samenleving wordt verleend. Deze policy brief van het WRR/WODC/SCP richt zich op deze categorie asielmigranten die statushouders worden genoemd.

Sociaal Werk Nederland, - voorheen de MOgroep - vindt dat gemeenten snel samen met COA, Vluchtelingenwerk en lokaal sociaal werk gestructureerde visie op integratie moet vormgeven. Integratie op korte termijn. Realistisch, integraal, op alle levensterreinen van deze nieuwe burgers die toch veelal in kwetsbare wijken een leven moeten zien op te bouwen. Die visie is verder doorgesproken op 25 mei 2016, met genoemde partijen.  

De policy brief is onder andere gebaseerd op een unieke cohortstudie naar de positie van 33.000 in Nederland geregistreerde asielmigranten die tussen 1995-1999 een verblijfsvergunning kregen en minimaal tot 2011 in Nederland verbleven. Daarnaast is onderzoek verricht in elf gemeenten naar de huidige praktijk van de integratie van statushouders. Het betreft Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven, Goes, Heerenveen, Nijmegen, Rotterdam en Zwolle.

De belangrijkste conclusies over het recente verleden zijn: 

  • Veel statushouders hebben een ongunstige arbeidsmarktpositie en lopen de achterstand op andere groepen heel langzaam in. Na een verblijf van twee jaar in Nederland heeft slechts een kwart van de asielmigranten een betaalde baan van meer dan acht uur per week. En na vijf jaar heeft de helft van de asielmigranten een baan van meer dan acht uur per week.
  • Onder jonge alleenstaande mannen is de geregistreerde criminaliteit hoger dan bij de rest van de bevolking. Dit is ook het geval onder asielmigranten. In vergelijking met autochtonen met dezelfde kenmerken (zoals leeftijd, geslacht en single) ligt de geregistreerde criminaliteit onder statushouders echter op een lager niveau (zie bijlage: figuur 2). In de jaren 2001, 2006 en 2012 was het aandeel verdachten onder de asielmigranten respectievelijk 3,8 procent, 4,5 procent en 3,4 procent, terwijl dat aandeel onder autochtone Nederlanders schommelde rond 1,3 procent.
  • Er is sprake van een grote dynamiek binnen de categorie statushouders. Een substantiële minderheid  vertrekt na verloop van tijd weer uit Nederland. Maar een grote groep verblijft voor langere tijd in Nederland.

Deze conclusies en het onderzoek in elf gemeenten leiden tot de waarneming dat er geen tijd te verliezen is met het bespoedigen van de integratie van statushouders. Er moet worden voorkomen dat een grote groep statushouders langdurig afhankelijk wordt van de bijstand zoals nu nog te vaak gebeurt.

Zie ook het artikel in de Volkskrant.

Persbericht (476,92 kb) 
Link naar Publicatie

ContactLid worden