Nieuwsbericht

Sociaal werk wapen tegen radicalisering

29 januari 2015 | 2 minuten lezen

Niet wapens of wetten, maar het investeren in sociale netwerken kan terreur van buiten Europa helpen voorkomen, stelden Fulco van Deventer, Lia van Broekhoven en Jonathan Huseman zaterdag 24 januari in Trouw. Helaas worden deze lessen in Nederland maar mondjesmaat toegepast. Aldus Marijke Vos – voorzitter van de MOgroep en Gon Mevis, directeur-bestuurder van ContourdeTwern in Trouw van donderdag 29 januari. Hieronder vindt u hun ingezonden opiniestuk.

De auteurs van het artikel hebben gelijk. Persoonlijk contact, zoals wijkagenten, jongeren- en buurtwerkers elke dag met burgers hebben, leidt tot meer informatie over hoe het met iemand gaat, dan een telefoontap of het hacken van iemands mailbox. Dag in dag uit zijn sociaal werkers in straten en buurten in gesprek met de meest kwetsbare mensen. Ze zoeken aanknooppunten om hoe dan ook een positieve draai aan het leven te geven. Haken aan bij talenten. Maar gaan ook de discussie aan. Face to face. De nasleep van ‘Charlie’ heeft veel impact op de verdraagzaamheid in wijken. Het is nu signaleren en bespreken geboden, om te voorkomen dat de vlam in de pan slaat.

Welzijnsorganisaties laten jongerenwerkers trainen in het herkennen van radicaliseringsignalen en zijn betrokken bij het ontwikkelen van een adequate aanpak. Deze sociaal werkers hebben een grote maatschappelijke waarde. Het zijn eigenlijk ‘sociale miljonairs’ die ons maatschappelijk gezien veel werk, schade en geld besparen. Maar we benutten hun rol als ‘ogen en oren’ nog onvoldoende. De door hen gesignaleerde ontwikkelingen kunnen de harde kant, zoals politie en justitie, op het goede spoor zetten.

De belangrijke rol van sociaal werkers wordt ook bij de ingezette transitie van zorg naar de buurt nog te vaak over het hoofd gezien. Juist de mensen die beter dan wie dan ook weten waar je in de buurt een keer extra moet aanbellen, worden in een aantal gemeenten wegbezuinigd of vervangen door ambtenaren of  wijkverpleegkundigen. Die doen uiteraard ook waardevol werk, maar gaan signalen van bijvoorbeeld radicaliserende jongeren niet oppakken.

Welke aanpak van radicalisering uiteindelijk de beste is, is nu nog niet met zekerheid te zeggen. Maar vast staat dat een goede mix van sociaal werk, politie en justitie op wijk- en gemeenschapsniveau geboden is. Dat vraagt om continue aandacht. De recente ontwikkelingen vergroten de zorgen over de toekomst van een kleine groep radicaliserende jongeren. Sociaal werk vormt de onmisbare schakel. Bezuinigen of het simpelweg niet meer inschakelen van sociaal werk is daarom maatschappelijk gezien geen optie.

Gon Mevis, directeur-bestuurder van welzijnsorganisatie ContourdeTwern, schreef nav Charlie Hebdo een reactie in de dagen na de aanslagen in Parijs, over zijn jongerenwerkers en hun radicaliserende jongeren. 

Lid worden