Nieuwsbericht

Regeerakkoord: Reactie MOgroep

30 oktober 2012 | 6 minuten lezen

Reactie MOgroep op het regeerakkoord. Analyse voor Welzijn, Maatschappelijke Dienstverlening en Opvang.

Brug zonder pijlers
Gemeenten krijgen van het kabinet zo op het oog meer ruimte om nieuwe verbindingen te leggen tussen (jeugd)zorg, participatie en arbeidsre-integratie, maar de pijlers onder deze ruimte en transities worden wegbezuinigd. Het op maandag 29 oktober 2012 gepresenteerde regeerakkoord ademt een sfeer van meer ruimte voor lokaal maatwerk voor de burger en bestuurlijke schaalvergroting. Tegelijkertijd worden echter de daarmee gewenste efficiencyslagen alvast als kabinetsbezuinigingen ingeboekt.

Het Sociale Domein
Het kabinet neemt bij de decentralisatie in het sociale domein ‘één gezin, één plan, één regisseur’ als uitgangspunt. Dat wordt zichtbaar bij zowel de wet Werken naar Vermogen, de AWBZ, de Wmo als de Conceptwet Jeugdhulp. Dit vergt volgens het kabinet ook één budget en één verantwoordelijke van overheidszijde. Hoewel veel zaken uitgewerkt moeten worden, beschouwt de MOgroep dat als een tussenstation en een stap in de goede richting. De MOgroep heeft zich hier tijdens de kabinetsonderhandelingen ook sterk voor gemaakt. Als stip op de horizon heeft de MOgroep ook gepleit voor één wet voor het totale sociale domein. De MOgroep blijft zich in de lobby hiervoor inzetten. Zie ook toelichting in Binnenlands Bestuur.

De MOgroep is verheugd dat het kabinet de decentralisaties doorzet. Het wetsvoorstel Werken naar Vermogen wordt vervangen door een nieuwe Participatiewet, in te voeren op 1 januari 2014.

Kortzichtig en ronduit een slechte zaak vindt de MOgroep de afschaffing per 2015 van de wettelijke verplichte maatschappelijke stages (voor scholen schooljaar 2015/16). Afschaffen staat haaks op de roep om meer maatschappelijke betrokkenheid van burgers, en de groeiende behoefte aan vrijwilligers. Juist via de Maatschappelijke Stage maken jongeren kennis met het sociale domein, vrijwilligerswerk en zorg. Afschaffen is weggooien van toekomstig vrijwilligerspotentieel.

De MOgroep onderschrijft de zorg van Cedris over de aanpassing van de Wet Vermindering Afdracht Onderwijs in het Belastingplan 2013. Daarnaast is in het regeerakkoord de gehele afschaffing van de WVA Onderwijs opgenomen. Dit heeft direct gevolgen voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Financiën
Zorgelijk vindt de MOgroep de extra bezuinigingen op gemeenten. Het kabinet neemt een financieel voorschot op schaalvergroting bij gemeenten. Dit kan de dienstverlening in de buurt en dicht bij de burger nog meer onder druk zetten.

De bezuinigingen van de rijksoverheid leiden tot een aanzienlijke daling (307 miljoen structureel) van het gemeente- en provinciefonds (samen-trap-op-trap-af-methodiek).

Daarnaast vindt er een extra uitname plaats uit het gemeentefonds door voorziene lagere apparaatskosten van gemeenten. Die besparingen moeten ontstaan uit schaalvoordelen (fusie / samenwerking tussen gemeenten), verminderen toezicht, vereenvoudiging regelgeving, etc. Ook vindt er een extra uitname plaats uit het provinciefonds vanwege besparingen die voort moeten komen uit het samenvoegen van provinciën.

Middelen uit het BTW-compensatiefonds worden overgeheveld naar het gemeente- en provinciefonds. Dit zal gepaard gaan met een taakstellende structurele korting van 350 miljoen en structurele uitname van 200 miljoen.

Financiële ontwikkeling

 

2013

2014

2015

2016

2017

Struc.

Decentrale overheid

(trap-op-trap-af)

58

13

-48

-237

-352

-307

Lagere apparaatskosten gemeenten

 

 

-60

-120

-180

-975

Minder provinciën

 

 

-5

-10

-15

-75

BTW-compensatiefonds

 

-200

-550

-550

-550

-550

De MOgroep kan nog niet inschatten wat de exacte financiële gevolgen zijn van opheffen van het BTW-compensatiefonds voor gemeenten en provinciën.

AWBZ en Wmo
De transitie AWBZ wordt in 2015 uitgebreid met ‘persoonlijke verzorging’. Dat betekent dat er meer zorggerelateerde taken door vrijwilligers en mantelzorgers moeten worden opgepakt, met ondersteuning van onder meer welzijnsorganisaties. Dat betekent een taakverzwaring voor vrijwilligersondersteuning. Extra facilitering hiervoor is hard nodig. De MOgroep pleit niet voor niets voor een extra ondersteuning van vrijwilligerswerk van 100 miljoen euro.
Verpleging wordt overgeheveld naar de zorgverzekeringswet in 2017. De huidige intramurale GGZ in de AWBZ wordt per 2015 overgeheveld naar de Zvw, waarbij over het onderdeel maatschappelijke opvang (Zorgverzekeringswet of gemeenten) nog een nader besluit wordt genomen.

Zorg dichtbij
Het kabinet wil vanaf 2015 investeren in ‘extra wijkverpleegkundigen met een bedrag dat oploopt tot minimaal 250 miljoen in 2017.’ De MOgroep waardeert de investering op lokaal niveau in zorg vóór en hulp áán burgers. De MOgroep waarschuwt dat voorkomen moet worden dat er aparte medische kokers in de wijk ontstaan, en pleit om een deel van deze middelen breder in te zetten voor efficiënte samenwerking met welzijn in de wijk. Zo realiseer je geïntegreerde wijkteams met zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Voorkom aparte wijkteams én aparte zorgteams.

Welzijn, Zorgverzekeraars en preventie
Met behulp van convenanten houdt het kabinet het zorgstelsel binnen maatschappelijk en politiek wenselijke bandbreedtes. Het kabinet sluit met verzekeraars een convenant over preventie en het bevorderen van een gezonde levensstijl. Dat betekent voor welzijnsorganisaties dat zij hiermee concrete handvatten krijgen om eventueel nieuw lokaal aanbod op dit terrein te realiseren. De MOgroep werkt al langer aan samenwerking met zorgverzekeraars op het vlak van preventie. De MOgroep voert hiertoe overleg met Zorgverzekeraars Nederland, en werkt op dit moment voorbeelden van samenwerking tussen welzijn, gemeenten en zorgverzekeraars uit.

Wet Kinderopvang, Peuterspeelzaalwerk, VVE
De financiering van peuterspeelzalen gaat onder de Wet Kinderopvang vallen. De MOgroep onderschrijft deze financiële harmonisatie. Zo ontstaat er een basisvoorziening voor alle peuters, ongeacht of ouder(s) werken of niet, voor iedere peuter enkele dagdelen als basisvoorziening. Tenminste, als de afstemming geborgd wordt tussen de wet Kinderopvang en het sociale domein. Alleen dan houden gemeenten de regie op lokale onderlinge afstemming van onderwijs, welzijn, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. De MOgroep onderschrijft ook de versterking van het (taal-)niveau van de beroepskrachten en roept hierin op zoveel mogelijk gebruik te maken van het bestaande personeel, door middel van bij- en nascholing. Wel moeten ook peuters van eenoudergezinnen, of waarvan één van de ouders werkt, recht krijgen op een paar dagdelen voorziening.

Als de peuterspeelzalen onder de eisen van de wet kinderopvang worden gebracht, moet het peuterspeelzaalwerk niet alleen worden gezien als een arbeidsmarktinstrument, maar juist ook als een voorziening die de ontwikkeling van de peuter in zijn sociale omgeving stimuleert, achterstanden bestrijdt en onderdeel uitmaakt van de lokale infrastructuur van zorg en welzijn voor de jeugd. VVE vormt hierin een belangrijk kwaliteitsinstrument, waarin gemeenten een sturende rol moeten blijven hebben. Om die belangrijke rol van VVE in het lokale jeugdbeleid te garanderen, zullen de gemeentelijke regie en samenwerkingsafspraken tussen de partners verankerd moeten worden in de Wet Kinderopvang.

De MOgroep is voorstander van nauwe samenwerking tussen onderwijs, welzijn (kinderwerk en maatschappelijke dienstverlening), kinderopvang en peuterspeelzalen: dat kan in de vorm van integrale kindcentra of andere samenwerkingsverbanden, rekening houdend met lokale of regionale omstandigheden zoals in het geval van krimpgebieden. Regels mogen daarbij geen belemmering vormen. Als peuterspeelzalen volgens de financiering van kinderopvang gaan werken, dienen zij hierin ondersteund te worden op gebied van ondernemer- en werkgeverschap. De MOgroep pleit voor een ondersteuningstraject hierin.

Werkgeverszaken
De verkorting van de WW-duur maakt het des te noodzakelijker om de CAO-Welzijn op een aantal punten in lijn te brengen met alle nieuwe wet- en regelgeving. De AOW schuift op naar 67, de ontslagprocedure verandert, de duur van de WW wijzigt en tegelijk wordt ook de IOAW afgeschaft. De groep 50+medewerkers zal het zonder flankerend beleid erg lastig krijgen. Vitaliteitsmaatregelen en mogelijkheden voor permanente educatie zijn geschrapt. Door de afschaffing van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling in de zorg (OVA), die bij welzijn al afgeschaft was, ontstaat er een gelijk speelveld voor zorg en welzijn.

Het kabinet bouwt in zes jaar een quotum van vijf procent op voor ondernemingen met minimaal 25 medewerkers, voor het aannemen van arbeidsgehandicapten. Ook geldt: voor zover werknemers voor een loon onder het wettelijk minimumloon werken, is dat altijd tijdelijk en groeit het totaal van loon en aanvullende uitkering toe naar het wettelijk minimumloon. Op basis van de evaluatie van de lopende experimenten met loondispensatie wordt een beslissing genomen over de maatvoering en invulling hiervan. Deze maatregelen kunnen gevolgen hebben voor welzijnsorganisaties.

Zie de bijlagen voor het persbericht, het regeerakkoord en de selectie van relevante passages.

ContactLid worden