Nieuwsbericht

Tinten en de energietransitie in het noorden

29 juni 2021 | 4 minuten lezen

‘Kim Putters zei het jaren geleden al: het duurzaamheidsvraagstuk dreigt de sociale tegenstellingen te vergroten. Passen we nu niet goed op, dan leidt dat ertoe dat straks juist de mensen die veel baat zouden moeten hebben bij die transitie de boot missen. Voor duurzaamheid in buurten en dorpen moeten we inzetten op samenwerken en leefbaarheid in de wijk.’ Aldus Johan Brongers, voorzitter van de raad van bestuur van de Tintengroep die in Noord-Nederland veel sociaal werk voor haar rekening neemt. ‘En daarom gaan we er nú mee aan de slag.’

De energietransitie is al op gang, maar vooralsnog gaat het vooral om fysieke gebiedsontwikkeling én om mensen die zelf de middelen hebben om er mee aan de slag te gaan, stelt Johan Brongers. Hij pleit dan ook voor een veel bredere benadering. ‘Het gaat om de leefbaarheid in de wijk, om mensen met alle soorten achtergronden aan elkaar verbinden.’
Sociaal werk is bij uitstek de partij om die sociale kant van de energietransitie uit te werken. Johan: ‘We gaan de mensen ondersteunen. Een duurzame samenleving zit hem in samenwerking, ongeacht bezit. Met elkaar en voor elkaar. Sociaal werkers zijn elke dag aanwezig in wijken en buurten. We kennen de inwoners, we staan midden in de lokale samenleving. Zoals Hans van Ewijk is dat ook precies stelt is dat waarin sociaal werkers verschillen van veel andere professionals in het sociale domein.’

Van intercity naar tgv
En dus heeft Tinten een project gestart om de rol van sociaal werk in die energietransitie handen en voeten te geven. De eindregie daarvan berust bij Marcel van Leeuwen, directeur van sociaalwerkorganisatie Mensenwerk Hogeland én lid van het directieteam van de Tintengroep. ‘Het is zaak om in te stappen nu die beweging nog een intercitytrein is; als het straks een tgv is geworden wordt dat veel moeilijker. Daarom beginnen we ons project met een onderzoek waaruit moet blijken wat de rol van Tinten daarin kan zijn. En welke competenties hebben onze sociaal werkers nodig om die rol gestalte te geven in de wijk? We inventariseren op welke plekken we er vanuit het buurtwerk of het opbouwwerk al bij betrokken zijn, en welke lessen we daaruit kunnen trekken voor de hele Tintengroep.’

Meer interesse dan verwacht
Dat onderzoek wordt uitgevoerd door twee mensen van Tintens eigen beleidsafdeling. Marcel: ‘Zij interviewen sociaal werkers, leidinggevenden en ketenpartners (gemeenten, woningcorporaties, provincies, milieuorganisaties, onderwijs). Met als hamvraag: “Hoe zien jullie de rol van het sociaal werk in de energietransitie?” Enkele vertegenwoordigers van die organisaties hebben we bovendien gevraagd voor de klankbordgroep van dit project.’

Sociaal werk is een onmisbaar element om de lagere SES-wijken mee te krijgen in de energietransitie, stelt Marcel. ‘De bewoners daar zijn trouwens veel geïnteresseerder in  duurzaamheid dan vaak wordt verondersteld door degenen die zeggen: “mensen met een laag inkomen hebben wel iets anders aan hun hoofd dan duurzaamheid en energiebesparing.” Vorig jaar hebben studenten van de Hanzehogeschool een onderzoek gedaan in de gemeente Westerkwartier (= 41 dorpen, waaronder Leek, ten westen van de stad Groningen). Veel bewoners beseffen wel degelijk dat we met z’n allen die beweging moeten maken.’

Huis-aan-huis
Een eerste stap is het (beter) isoleren van woningen. Marcel: ‘Dat betekent renoveren dan wel sloop en nieuwbouw. Zodra dat staat te gebeuren, moet je in gesprek gaan met bewoners, dus daar liggen volop kansen voor sociaal werk om aan te haken. Dat hebben we bij eerdere wijkaanpakken ook gedaan. Ook toen stuitten we op sociale problemen die de beoogde veranderingen belemmerden. Denk daarbij aan licht dementerende mensen die tijdelijk uit hun huis moeten, omdat hun woning moet worden gerenoveerd. Of binnenkomen in een woning waar de inwoner uit dozen leeft, op een vloer zonder vloerbedekking. Voor dat soort situaties moet je eerst aandacht hebben voordat je überhaupt dubbel glas gaat plaatsen of een spouwmuur opvult.’

Een deel van de kwetsbare bewoners is trouwens al bekend bij het sociaal werk. ‘Maar je komt er nog meer tegen op het moment dat je huis-aan-huis gaat aanbellen om te vertellen dat er woningverbeterplannen op stapel staan. Dus ik kan me goed voorstellen dat uit het onderzoek blijkt dat dát een rol voor het sociaal werk is. Daar hebben we immers een jarenlange ervaring mee.’

Marcel: ‘In onder andere Assen, Veendam en Winschoten hadden we al gebiedsgerichte programma’s waarin we samen met de gemeente en de corporaties aan wijkvernieuwing deden. Bewonersparticipatie was een vaste paragraaf in die plannen, mét de inzet van sociaal werk. Ik kan me goed voorstellen dat we rond de energietransitie iets vergelijkbaars gaan doen. In sommige plaatsen lopen die programma’s nog, daarin kun je de energietransitie een plek geven. En elders moeten we zorgen dat we van meet af aan bij nieuwe programma’s op dat gebied worden betrokken. Bijvoorbeeld door samen met de gemeentelijke afdeling ruimtelijke ordening om de tafel te gaan. We interviewen in het onderzoek ook mensen bij gemeenten die duurzaamheid in hun pakket hebben, onder meer over wat sociaal werk van hen op dat punt kan betekenen.’

Medewerkers bijscholen
‘We hebben een aantal basistrainingen die al onze sociaal werkers doen om vanuit onze filosofie goed samen te kunnen werken,’ aldus Marcel. ‘Intern en binnen de keten. Samenlevingsopbouw is een voorbeeld van zo’n training. Onze interne ‘bedrijfsschool’ Tinten Training & Advies verzorgt de trainingen. Uit ons onderzoek moet ook blijken wat ze op energietransitiegebied al weten en wat daaraan moeten worden toegevoegd, zodat ze met ketenpartners in gesprek kunnen.’

Zelf is Tinten ook aan de gang met een duurzamer bedrijfsklimaat. ‘Gebouwen met zonnepanelen, duurzaam inkopen, dat soort dingen. Dat leeft onder onze medewerkers. Vorige week hebben we een oproep gedaan aan onze ruim 700 medewerkers. Heb je iets met dit onderwerp? Meld je. En daar hebben we al aardig wat reacties op gekregen.’

Invloed uitoefenen heeft én geeft zin
De volgende stap? Marcel: ‘Dat we op basis van het onderzoek pilots opzetten om in de praktijk ervaring op te doen en te bepalen wat de beste aanpakken zijn om mensen in de sociale woningbouwwijken mee te laten doen aan de energietransitie.’

Johan Brongers: ‘Samen met partners in dorpen en wijken moeten we het proces doorlopen en de maatschappelijke opgave die hierin ligt vervullen. Daar hebben we vanuit sociaal werk ervaring mee. In de jaren 90 was de herstructurering naar betere woningen ook zo’n groot veranderingsproces; daarin heb ik persoonlijk gezien hoe goede ondersteuning van bewoners zorgde voor een beter eindresultaat. Dat gaan we nu weer doen. We betrekken ze bij de energietransitie én we helpen hen met het aanpakken van de sociale problemen die je bij dit soort grote veranderprocessen tegenkomt. En let wel: mensen ervaren zingeving als ze invloed kunnen uitoefenen op hun eigen leefomgeving. Ook dat draagt bij aan hoe prettig ze zich voelen.’

ContactLid worden