Nieuwsbericht

Mensen met verstandelijke beperking willen gevarieerdere dagbesteding en meer eigen regie

8 juni 2021 | 14 minuten lezen

Tijdens de afgelopen coronaperiode zijn mensen met een verstandelijke beperking anders naar hun werk- en dagbesteding gaan kijken. Dat is de conclusie van Thea de Vries-Brinkman na haar onderzoek bij een woonlocatie van Vanboeijen, een Drentse organisatie voor de ondersteuning en begeleiding van mensen met een vaak ernstige verstandelijke beperking. ‘Als sociaal werkers merkten we dat ze een andere soort dagbesteding wilden: met meer eigen regie en meer meedoen aan de lokale samenleving.’

Ook mensen met een verstandelijke beperking willen graag van betekenis zijn voor hun woonomgeving, constateerde sociaal werker Thea de Vries-Brinkman. Mede dankzij hun kennis van de sociale kaart kunnen sociaal werkers daarbij een belangrijke verbindende rol spelen. Hieronder het artikel dat Thea de Vries-Brinkman schreef over haar onderzoek. 

_____________________________________________________________________________________________________________________________________

Welke rol hebben sociaal werkers in de arbeidsparticipatie van mensen met een verstandelijke beperking?

Door de coronaperiode zijn mensen met een verstandelijke beperking anders naar hun werk- en dagbesteding gaan kijken. Dat is de conclusie van het onderzoek dat ik heb gedaan op een woonlocatie bij Vanboeijen (De Vries, 2020). Als sociaal werkers signaleerden we in de coronaperiode een gedragsverandering bij mensen met een verstandelijke beperking als het gaat om hun dagbesteding. Dat doet een oproep aan ons als het gaat om de invulling van de dagbesteding, de eigen regie en de mate van participatie.

Hierop van invloed is ook de maatschappelijke verandering dat thuiswerken de nieuwe norm is (Van der Sanden, 2020). Als sociaal werkers zijn wij de schakel tussen (het niveau van) de cliënt en de maatschappij. Door kennis en bewustwording zal er meer begrip zijn voor deze groep. Als schakel kunnen wij ons inzetten door bedrijven te benaderen. Het begint ermee dat we samen met de cliënt en het netwerk in dialoog gaan en behoeften koppelen aan mogelijkheden voor een diverser aanbod in dagbesteding: binnen én buiten de organisatie, flexibele werktijden, vaardigheden en beloning. Pre-coronakaders zijn gaan wankelen en er is nu wellicht de ruimte om te participeren en de mensen een andere daginvulling te geven.

De praktijk: meer eigen regie
Op 16 maart 2020 sloten alle dagbestedingslocaties en kwamen de cliënten thuis te zitten. In eerste instantie heerste er vooral ongeloof, paniek en boosheid. Achteraf kan ik stellen dat de cliënten rouwfasen hebben doorgemaakt, maar dat ze na ongeveer drie maanden de situatie accepteerden.
Daardoor kwam er meer ontspanning en gingen de cliënten openstaan voor nieuwe vaardigheden. De woon- en werkbegeleiders hebben een programma gemaakt, waarbij de cliënten in de woning de activiteiten deden die ze gewend waren doen. We waren erg gericht op een zo goed mogelijke nabootsing van werken en wonen (De Vries, 2020). Door Covid-19 is er een vorm van dagbesteding ontstaan waarin meer aandacht is voor de cliënten, door kleinere groepen en meer verbinding te maken met elkaar en in de wijk. Er is minder haast en cliënten ervaren meer eigen regie (Drexhage, 2020). Er ontstond hierdoor ook een nieuw dagbestedingsplan: we gingen covid-proof klusjes in de buurt doen, zoals glas wegbrengen.

Als er in de media aandacht was voor dit onderwerp, ging het voornamelijk over probleemgedrag, stress en preventiemaatregelen. Cliënten zouden de nodige structuur, sociale contacten en het zinvol bezig zijn missen (Andries & Van Houten, 2020). In de praktijk zagen we echter ook een positieve gedragsverandering. In het onderzoek gaven cliënten aan dat ze ander werk wilden, minder dagen werken of later beginnen.

Uit een ander onderzoek blijkt dat 40-60% van de mensen die thuiswerken dit ook na covid-19 één tot drie dagen wil blijven doen (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Dus onze cliënten wijken hierin niet af van andere Nederlanders.
Vanboeijen en Vilans hebben ook onderzoek gedaan. Een heel belangrijk signaal is dat in deze periode de cliënten meer eigen regie ervaren (Van der Merk, 2020). Maar hoe kunnen we daar vorm en inhoud aan geven? En wat beïnvloedt de eigen keuzemogelijkheden? Door de covidmaatregelen werden we gedwongen buiten de bestaande kaders te denken, waardoor eigen regie nu in een nieuw perspectief staat in het zorgbeleid.

De context
In het begin van de 21ste eeuw werd participatie het kernwoord: mensen met een beperking zoveel mogelijk laten meedoen aan de maatschappij. Met de invoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet (2015) kreeg de plaatselijke overheid een regierol. De decentralisatie van het zorgbeleid van Rijk naar gemeenten. Hierbij gaat men uit van een netwerk als vangnet. Waarden die steeds meer gingen tellen zijn individuele vrijheid en diversiteit, samenleven en decentralisatie van publieke dienstverlening, ook wel het burgerschapsparadigma genoemd. Hierbij is ondersteuning meer gericht op empowerment: meer regie over de leefomstandigheden (Van Gennep, 1997).

De cliënten hebben met intersectionaliteit te maken. Dit betekent dat mensen op verschillende kenmerken diversiteit vertonen en afwijken van de norm. Die kenmerken beïnvloeden elkaar en bepalen mede de maatschappelijke positie. Door de verstandelijke beperking wijken de cliënten al af van “de norm”. Een aantal heeft daarnaast lichamelijke beperkingen, weinig financiën, is laag of niet opgeleid, of heeft een migratie-achtergrond. Dit belemmert de toetreding tot de reguliere arbeidsmarkt.

De inclusieve samenleving
Inclusie is opgaan in de gemeenschap, op alle domeinen. Maar de dagbesteding is vaak nog te veel verbonden aan wonen. Financiën, met name vervoerskosten, zijn voor een organisatie een reden om de dagbesteding binnen de organisatie aan te bieden (KansPlus, het LSR en Ieder(in), 2017). Zolang het aanbod voor de cliënten binnen de organisatie plaats kan vinden, wordt er ‘een minimaatschappij’ in stand gehouden. Er is vaak een strikte scheiding tussen dagbesteding en betaalde arbeid, waardoor cliënten niet makkelijk kunnen doorstromen. Zorginstellingen leggen te weinig prioriteit bij deze doorstroming (Schuurman, 2002).

Wat betekenen dan eigen regie, autonomie en zelfbeschikking voor het leven met een beperking in een inclusieve samenleving? De cliënten zijn volgens de wet capabele burgers en hebben zoals iedereen recht op een eigen mening. De kwaliteit van bestaan wordt vergroot als mensen kunnen participeren en regie kunnen nemen over hun leven en wanneer de plaatselijke samenleving de cliënten accepteert en volledig laat integreren (Van Loon, 2011).

Als professionals zouden we enerzijds de empowerment van de cliënten (en hun netwerk) moeten versterken en kansen creëren om te participeren. Anderzijds zouden we een bijdrage moeten leveren om de samenleving te kunnen ondersteunen in het leren kennen van de cliënten. Belangrijk is om een brug te bouwen. Robert Putman noemt dit bridging: verschillende netwerken met elkaar verbinden (Putnam, 2020). Verbinding tussen de cliënt en de samenleving met als doel de mogelijkheden om te participeren en daarmee de kwaliteit van bestaan te vergroten.

Ik denk dat we wel erkennen dat de cliënten meer eigen regie zouden moeten krijgen, maar dat we ons ook wel eens handelingsverlegen voelen. Toch is het onze taak, want het doet een beroep op alle kernwaarden van het sociaal werk. Het gaat over rechten, keuzes maken, participatie, samenhang met de mensen om de cliënt heen, richten op mogelijkheden en bevorderen van empowerment, bevorderen van sociale rechtvaardigheid en opstaan tegen discriminatie, maar ook om erkenning van diversiteit,  en de overheid en samenleving wijzen op zaken die niet rechtvaardig zijn (Sociaal werk versterkt, 2018).
De kernwaarde ‘In samenhang met mensen om de cliënt heen’ is mijns inziens een heel belangrijke. Verwanten en begeleiders moeten meer gaan samenwerken, leren luisteren naar wat de cliënt aangeeft en soms ook risico’s durven nemen. “Zorgen voor” moet meer worden “zorgen dat”.

Om te participeren gaat de overheid ook uit van ieders eigen netwerk. Keuzes maken kost tijd. Zien we de behoefte van de cliënt en laten we hen kiezen? Hoe vaak ervaren we tijdsdruk of weten we niet hoe we de keuze moeten aanbieden? In hoeverre hebben cliënten inspraak in de dagprogramma’s? Zijn de regels en afspraken wenselijk voor de cliënten of zijn ze vooral handig als ondersteuning van de begeleiders zodat ze hun werk kunnen doen?

Diversiteit binnen de groep
De afgelopen jaren is er ook meer besef van de diversiteit binnen de groep van mensen met een verstandelijke beperking. Samen met het burgerschap leidt deze ontwikkeling tot een steeds specifiekere vraag van ondersteuning (Kalliope Consult & Schuurman, 2010).
Dat is in de praktijk soms lastig vorm te geven. De laatste jaren merk ik dat de zorg steeds meer gericht is op de individuele cliënten en minder op de groep als geheel. Er is meer oog voor de individuele verschillen en diversiteit. Maar geldt dat ook voor ons aanbod voor dagbesteding? Ik zie dat de grootste groep mensen met een verstandelijke beperking dagbesteding hebben op dezelfde locatie als waar zij wonen: de instelling. Er is hierdoor weinig sociale interactie met anderen in de maatschappij. Diversiteit binnen onze groep betreft verschillen in lichamelijke beperkingen, financiën, opleiding en afkomst, maar ook in taalvaardigheid en de mate van gezondheid. De keuze van een cliënt wordt bovendien beïnvloed door leeftijd (en levenservaring), financiële mogelijkheden, de potentie om te leren, de sociaal-culturele achtergrond en de sociale druk vanuit de groep. Als we inclusief willen werken, zouden we maatwerk moeten bieden dat aansluit bij de diversiteit van de cliënten. We zouden niet alleen oog moeten hebben voor de diversiteit, maar hier ook actie in ondernemen: bridging!

Taak van de sociaal werker
Zonder sociaal werkers geen participatiemaatschappij (MOgroep, 2013). In bijna alle gemeenten werken sociaal werkers die een rol kunnen spelen door de mensen met een verstandelijke beperking en de maatschappij met elkaar te verbinden. Het leveren van maatwerk vraagt creativiteit en flexibiliteit. Het is belangrijk om elkaar te versterken en samen regie te voeren (Movisie,2017).
Mijn conclusie is dat het proces van participeren naar inclusie van iedereen een investering en interactie vraagt: het is een verantwoordelijkheid van verschillende partijen. Uit recente cijfers van het CPB die de gebreken van de participatiemaatschappij aan het licht brengen, komt naar voren dat er veel te weinig banen zijn gecreëerd om deze grote groep te laten participeren. Integraal werken kent belemmeringen en samenwerken met verschillende partijen is lastig. Professionals, zoals de sociaal werkers, zouden meer ruimte moeten krijgen om te innoveren.

Beroep doen op eigen kracht en netwerk is een aandachtspunt (Sociaal en Cultureel Planbureau, Kromhout, van Echtelt, & Feijten, 2020). Zonder sociaal werkers zou de maatschappij omvallen (Movisie,2017), maar het vraagt wel maatwerk en ook daarnaast ondernemerschap bij zorgmedewerkers, door contacten te gaan leggen. Voor ons als professionals is het allereerst belangrijk om zicht te hebben op die competenties. Hoe kiest een cliënt, welke praktische vaardigheden zijn er aanwezig, hoe verloopt de communicatie, de eigen effectiviteit, de drijfveren, de risicoperceptie en bijkomende beperkingen die van invloed kunnen zijn?

Hoe dan ook: de gevolgen van de covidmaatregelen hebben geleid tot gedragsveranderingen in de groep. De reflectie over werk en participeren naar aanleiding van de noodgedwongen veranderingen in de dagbesteding, biedt een nieuw perspectief op eigen regie en participatie binnen de zorg. Voor lerende professionals en beleidsmakers biedt dit kansen om cliënten mee te nemen in de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen richting een inclusievere samenleving.

Ik zou zorgaanbieders dan ook willen adviseren om actief de mogelijkheden om te participeren te creëren. En voor de ondersteuning hiervan gebruik te maken van sociaal werkers, want eigen kracht en het gebruik maken van het sociale netwerk van burgers is een vak. Vrijwilligers koppelen en begeleiden is cruciaal voor het slagen van de participatiesamenleving (MOgroep, 2013). Ook kan het al een begin zijn om in een leegstaande ruimte van een bedrijf of in een sportkantine de dagbesteding aan te bieden. Hierdoor heeft de samenleving ook kans om onze cliënten te leren kennen en kunnen we allemaal een aandeel leveren aan een inclusieve samenleving, waarin mensen met een beperking kunnen en mogen participeren.

Dit zijn de bronnen:

Andries, M., & van Houten, M. (2020, 15 juni). Coronacrisis: dagbestedingslocaties openen weer hun deuren. En nu? (update 15 juni). Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.sociaalweb.nl/blogs/coronacrisis-dagbestedingslocaties-sluiten-massaal-de-deuren-en-nu 

Drexhage, H. (2020, 13 oktober). Coronamaatregelen leiden tot nieuwe inzichten over dagbesteding. Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.socialevraagstukken.nl/coronamaatregelen-leiden-tot-nieuw-inzichten-over-dagbesteding/ 

Gennep, A. van (1997). Paradigmaverschuivingen in de visie op zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, jaargang 36, pag. 189-201. 

KansPlus, het LSR en Ieder(in). (2017, april). Keuze in dagbesteding. KansPlus. https://www.kansplus.nl/wp-content/uploads/2019/03/Rapport-dagbesteding_webversie.pdf 

Kalliope Consult, & Schuurman, M. (2010). Aanvullend en Onmisbaar. Geraadpleegd van http://kalliopeconsult.nl/images/2_69.pdf 
Loon, J.H.M. van (2011). Een persoonsgerichte ondersteuningsmethodiek. Stichting Arduin, en vakgroep orthopedagogiek, Universiteit van Gent

Merk, A. van der (2020, 8 september). Berichtgeving corona - 8 september. Geraadpleegd op 1 december 2020, van https://www.vanboeijen.nl/nieuws/berichtgeving-corona---8-september 

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2020, 23 september). Thuiswerken en de coronacrisis. Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2020/08/31/thuiswerken-en-de-coronacrisis 

MOgroep. (2013, 21 november). Zonder sociaal werk geen participatiemaatschappij [Persbericht]. Geraadpleegd van https://www.sociaalwerknederland.nl/?file=8741&m=1384961076&action=file.download 

Movisie. (2017, 7 februari). Zonder sociaal werkers zou de samenleving omvallen. Geraadpleegd op 31 maart 2021, van https://www.movisie.nl/artikel/zonder-sociaal-werkers-zou-samenleving-omvallen 

Putnam, R. D. (2020). SOCIAL CAPITAL PRIMER. Robert D. Putnam. http://robertdputnam.com/bowling-alone/social-capital-primer/ 

Sanden, E. van der (2020, 29 september). Thuiswerken wordt weer de norm, zo sla jij je erdoorheen. RTL Nieuws. Geraadpleegd  op 16 oktober 2020, van https://www.rtlnieuws.nl 

Sociaal en Cultureel Planbureau, Kromhout, M., van Echtelt, P., & Feijten, P. (2021). Sociaal domein op koers. Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd van https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/11/16/sociaal-domein-op-koers 

Sociaal werk versterkt. (2018 februari). Werken met de beroepscode | Sociaal Werk Versterkt. Geraadpleegd op 23 oktober 2019, van https://www.sociaalwerkversterkt.nl/beroepscode 

Vries, T. de (2020, 21 november). Signaleren van maatschappelijke factoren. Zwolle, Nederland

Dit zijn de bronnen:

Andries, M., & van Houten, M. (2020, 15 juni). Coronacrisis: dagbestedingslocaties openen weer hun deuren. En nu? (update 15 juni). Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.sociaalweb.nl/blogs/coronacrisis-dagbestedingslocaties-sluiten-massaal-de-deuren-en-nu 

Drexhage, H. (2020, 13 oktober). Coronamaatregelen leiden tot nieuwe inzichten over dagbesteding. Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.socialevraagstukken.nl/coronamaatregelen-leiden-tot-nieuw-inzichten-over-dagbesteding/ 

Gennep, A. van (1997). Paradigmaverschuivingen in de visie op zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, jaargang 36, pag. 189-201. 

KansPlus, het LSR en Ieder(in). (2017, april). Keuze in dagbesteding. KansPlus. https://www.kansplus.nl/wp-content/uploads/2019/03/Rapport-dagbesteding_webversie.pdf 

Kalliope Consult, & Schuurman, M. (2010). Aanvullend en Onmisbaar. Geraadpleegd van http://kalliopeconsult.nl/images/2_69.pdf 

Merk, A. van der (2020, 8 september). Berichtgeving corona - 8 september. Geraadpleegd op 1 december 2020, van https://www.vanboeijen.nl/nieuws/berichtgeving-corona---8-september 

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (2020, 23 september). Thuiswerken en de coronacrisis. Geraadpleegd op 16 oktober 2020, van https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2020/08/31/thuiswerken-en-de-coronacrisis 

MOgroep. (2013, 21 november). Zonder sociaal werk geen participatiemaatschappij [Persbericht]. Geraadpleegd van https://www.sociaalwerknederland.nl/?file=8741&m=1384961076&action=file.download 

Movisie. (2017, 7 februari). Zonder sociaal werkers zou de samenleving omvallen. Geraadpleegd op 31 maart 2021, van https://www.movisie.nl/artikel/zonder-sociaal-werkers-zou-samenleving-omvallen 

Putnam, R. D. (2020). SOCIAL CAPITAL PRIMER. Robert D. Putnam. http://robertdputnam.com/bowling-alone/social-capital-primer/ 

Sanden, E. van der (2020, 29 september). Thuiswerken wordt weer de norm, zo sla jij je erdoorheen. RTL Nieuws. Geraadpleegd  op 16 oktober 2020, van https://www.rtlnieuws.nl 

Sociaal en Cultureel Planbureau, Kromhout, M., van Echtelt, P., & Feijten, P. (2021). Sociaal domein op koers. Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd van https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/11/16/sociaal-domein-op-koers 

Sociaal werk versterkt. (2018 februari). Werken met de beroepscode | Sociaal Werk Versterkt. Geraadpleegd op 23 oktober 2019, van https://www.sociaalwerkversterkt.nl/beroepscode 

Vries, T. de (2020, 21 november). Signaleren van maatschappelijke factoren. Zwolle, Nederland 

ContactLid worden