Mannetjesmakers

De tijd van de mannetjesmakers is weer aangebroken. Wie krijgt zijn lijsttrekker aan tafel bij de belangrijkste verkiezingsdebatten? Wie verzint de pikantste oneliners om zijn broodheer aan zetels te helpen? En wie mag uiteindelijk als kersverse premier op audiëntie bij de koning?

De komende weken zullen de camera’s weer overuren maken in Den Haag. Waardoor je  bijna zou vergeten dat veel Haagse taken ondertussen aan gemeenten zijn uitbesteed. Die vervolgens de kastanjes uit het vuur moeten halen, bijvoorbeeld als het gaat om groeiende ongelijkheid, polarisatie, eenzaamheid en uitblijvende zorg.
En buiten het licht van de schijnwerpers doen veel gemeenten dat gelukkig voortvarend. Bijna overal draaien nu sociale wijkteams. Met uiteenlopende professionals die niet werken aan een oplossing voor één probleem van een gezin, maar aan de hele context ervan.
Dat lukt soms uitstekend, maar soms nog niet goed genoeg. Dat blijkt uit een degelijk  verhaal van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans. Wijkteams komen in 9 van de 10 gevallen niet toe aan het inschakelen van de ‘informele hulpbronnen’ in de wijk, schrijven ze. De kennis, vaardigheden en contacten van buurtbewoners blijven onbenut. Want de wijkteams hebben het te druk met het oplossen van individuele problemen van bewoners en met de bureaucratische taken die daar kennelijk onlosmakelijk mee zijn verbonden.
Pijnlijk. Want die buurtbronnen waren toch juist de cementmolens van de ‘participatiesamenleving’?
Gelukkig zijn de ingrediënten voor oplossingen volop aanwezig. Hilhorst en van der Lans roemen en benoemen de opbouwwerkachtige kwaliteiten van sociaal werkers. En de afgelopen weken heb ik weer mogen zien hóé sociaal werkers hun kwaliteiten in praktijk brengen.
In Zandvoort, waar het Pluspunt een centrum van ontmoeting is voor mensen van 0 tot 100, ouderen, Syrische vluchtelingen, jongeren. Het sociaal werk brengt ze bij elkaar en helpt hen eigen activiteiten te organiseren.
In Aalten, waar Figulus de lijfspreuk hanteert “De bodem moet vruchtbaar blijven”. Die bodem bestaat uit effectieve netwerken van bewoners en organisaties. Die bodem maakt het mogelijk om in een kleine buurtschap 200 vrijwilligers te mobiliseren, die zorgt voor voldoende draagvlak om statushouders te huisvesten.
Stichting Welzijn Alblasserdam onderhoudt een sociaal dorpsnetwerk; met een Alblasser Hulp app koppelen ze mensen die om hulp verlegen zitten aan vrijwilligers.
En deze week waren we met een grote delegatie bij zorg- en welzijnsorganisatie Opella (Ede). Onder anderen voor mensen met dementie combineren ze zorg, wonen en sociaal werk; dat laatste bijvoorbeeld iets te regelen voor bewoners die graag klusjes doen, door maatjes te zoeken, door een sociaal netwerk te bouwen.
Maar het punt is dit: sinds de crisis van 2008 is er 25% bezuinigd op het sociaal werk in de wijk. Na die afbraak is het de hoogste tijd om weer te gaan opbouwen. Dat vraagt niet om incidentenpolitiek, maar om een effectieve sociale infrastructuur, zodat echt iedereen naar vermogen mee kan doen. Kijk eens naar onze gouden gemeenten hoe dat moet.
Nodig zijn in ieder geval professionals die weten hoe je zo’n buurtinfrastructuur inricht, samen met bewoners, vrijwilligers en lokale partijen. Sociaal werkers dus, die weten hoe je mensen effectief ondersteunt.
Dus mijn verkiezingstip: liever mensenmakers dan mannetjesmakers.

Home
Wie zijn we
Wat doen we
Actueel
Thema'sVraag & AntwoordPoll Inloggen
Ik wil delen:
Sluiten